A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z

- Links

Publishers Newswire Announced Today its Latest List of Books to Bookmark, for Q4/2008
REDONDO BEACH, Calif. -- Publishers Newswire, an online resource for small publishers, as well as lesser known and first-time book authors, has announced its latest quarterly 'Books to Bookmark' list, for Q4/2008. This list is a round-up of new and interesting books which are often missed due to not originating from big name authors, or major New York book publishing houses.

Book, 'Letters From Heroes', captures triumphs of the men and women who served in World War I and II
GILROY, Calif. -- The hardships, struggles, hopes and triumphs of the men and women who served in World War I and World War II is wonderfully captured in 'Letters From Heroes' (ISBN: 978-1-58909-570-0), by Edward T. Cook, a new book just published by Bookstand Publishing. This poignant collection of real letters from real servicemen allow the reader to see things through the eyes of these soldiers and understand their thoughts about war, training, sickness, the enemy and even their food.

In New Book, Mystery of the 6,000 Year Old Science and Art of Astrology Has Been Solved
SAN FRANCISCO, Calif. -- Author of the new book, ASTROMASKS (ISBN: 978-0-615-23386-4), Vijay Rishii Ph.D., announced today that his book reveals the secret code behind the ancient and controversial science of astrology. The author decodes astrology using a new concept of complementary pairs, and gives new meanings to the zodiac signs and their real connection to humans on earth, which has never been done before in the entire history of astrology.

Max Havelaar - Multatuli

M >> Multatuli >> Max Havelaar

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30


--Ja.

--Dat had niets met den kalkoen uittestaan. Ik maakte dat ding omdat hy
zooveel ambtenaren suspendeerde. Er waren er op _Padang_ zeker zeven of
acht die hy met meer of min rechtvaardigheid in hun ambten geschorst
had, en velen onder hen verdienden 't veel minder dan ik. De
adsistent-resident van _Padang_ zelf was gesuspendeerd, en wel om een
reden die, naar ik geloof, een geheel andere was dan de in het besluit
opgegevene. Ik wil u dat wel vertellen, schoon ik niet verzekeren kan
dat ik alles juist weet, en alleen overzeg wat men in de _chinesche
kerk_[98] te _Padang_ voor waar hield, en wat dan ook--vooral met het
oog op de bekende eigenschappen van den generaal--waar _kan_
geweest zyn.

Hy had, moet ge weten, zyn vrouw getrouwd om een weddingschap te winnen,
en daarmee een anker wyn. Hy ging dus dikwyls 's avends uit, om ...
overal rondteloopen. De surnumerair Valkenaar moet eens in een straatje
naby 't meisjesweeshuis zyn inkognito zoo stipt geeerbiedigd hebben, dat
hy hem een pak slaag heeft gegeven even als een _gewonen_
straatschender. Niet ver van daar woonde _Miss_ X. Er liep een gerucht
dat die _Miss_ 't leven zou gegeven hebben aan een kindje, dat ...
verdwenen was. De adsistent-resident was als hoofd der politie
verplicht, en ook inderdaad van plan, zich met die zaak te bemoeien, en
schynt van dit voornemen iets gezegd te hebben op een whistparty by den
generaal. Doch zie, den volgenden dag ontvangt hy den last zich naar
zekere Afdeeling te begeven, welker gezagvoerende kontroleur wegens ware
of veronderstelde oneerlykheid geschorst was in zyn beheer, om _in loco_
zekere zaken te onderzoeken en daarvan "te dienen van bericht." Wel was
de adsistent-resident verwonderd dat hem iets werd opgedragen dat zyn
Afdeeling in 't geheel niet aanging, doch daar hy strikt genomen deze
opdracht kon beschouwen als een vereerende onderscheiding, en dewyl hy
met den generaal op zeer vriendschappelyken voet stond zoodat hy geen
oorzaak had aan een valstrik te denken, berustte hy in deze zending, en
begaf zich naar ik wil vergeten hebben waarheen, om te doen wat hem
bevolen was. Na eenigen tyd keert hy terug, en biedt een verslag aan dat
niet ongunstig luidde voor dien kontroleur. Doch ziet, er was gedurende
dien tyd op _Padang_, door 't publiek--dat is: door niemand en
iedereen--ontdekt dat die ambtenaar slechts gesuspendeerd was om een
gelegenheid te scheppen den adsistent-resident van de plaats te
verwyderen, ten-einde zyn voorgenomen onderzoek naar de verdwyning van
dat kind te voorkomen, of althans te verschuiven tot een tydstip dat die
zaak moeielyker zou optehelderen zyn. Ik herhaal nu dat ik niet weet of
dit waar was, doch naar de kennis die ikzelf later van den generaal
Vandamme opdeed, komt deze lezing van 't geval my geloofbaar voor. Op
_Padang_ was er niemand die hem niet--wat het peil aangaat, waartoe zyn
zedelykheid was afgedaald--tot zoo-iets in-staat keurde. De meesten
kenden hem slechts een goede hoedanigheid toe, die van onverschrokkenheid
in 't gevaar, en indien ik, die hem in gevaar gezien heb, van meening ware
dat hy _apres tout_ een dapper man was, zou dit alleen my bewegen u deze
geschiedenis niet te vertellen. 't Is waar, hy had op Sumatra veel laten
"sabreeren" doch wie sommige gebeurtenissen van naby gezien had[99] voelde
neiging om wat aftedingen op zyn dapperheid, en, hoe vreemd het schyne,
ik geloof dat hy zyn krygsmansroem grootendeels te danken had aan de zucht
tot tegenstelling, die ons allen min of meer bezielt. Men zegt gaarne:
't is waar dat Peter of Paul _dit_, _dit_ of _dit_ is, maar ... _dat_ is
hy, _dat_ moet men hem laten! En nooit kan men zoo zeker zyn geprezen te
worden, dan wanneer men een zeer in 't oog vallend gebrek heeft. Jy,
Verbrugge, bent alle dagen dronken ...

--Ik? vroeg Verbrugge die een voorbeeld was van matigheid.

--Ja, _ik_ maak je nu dronken, alle dagen! je vergeet je zoo ver, dat
Duclari 's avends in de galery over je struikelt. Dit zal hy onaangenaam
vinden, maar terstond zal hy zich herinneren iets goeds in je gezien te
hebben dat hem toch vroeger niet in 't oog viel. En als ik dan kom, en
ik vind je zoo erg ... _horizontaal_, dan zal hy my de hand op den arm
leggen, en uitroepen--"och, geloof toch dat hy overigens zoo'n beste
brave knappe jongen is!"

--Dat zeg ik toch van Verbrugge, riep Duclari, al is hy _vertikaal_.

--Niet met dat vuur en die overtuiging! Herinner je eens hoe dikwyls men
hoort zeggen: "o, als _die_ man op zyn zaken wilde passen, dat zou
iemand wezen! Maar ... en dan volgt het betoog hoe hy _niet_ op zyn
zaken past en dus _niemand_ is. Ik geloof hiervan de reden te weten. Ook
van de dooden verneemt men altyd goede hoedanigheden waarvan we vroeger
niets bemerkten. De oorzaak zal wel zyn dat ze niemand _in den weg
staan_. Alle menschen zyn min of meer mededingers. We zouden gaarne elk
ander _geheel_ en _in alles_ onder ons plaatsen. Dit echter te uiten,
verbiedt de goede toon en zelfs het eigenbelang, want zeer spoedig zou
niemand ons gelooven ook al beweerden wy iets waars. Er moet dus een
omweg gezocht worden, en ziet hier hoe we dit doen. Als gy, Duclari,
zegt: "de luitenant Slobkous is een goed soldaat, waarachtig hy is een
goed soldaat, ik kan je niet genoeg zeggen welk een goed soldaat de
luitenant Slobkous is ... maar een _theoretikus_ is hy niet ...

Heb je niet zoo gezegd, Duclari?

--Ik heb nooit een luitenant Slobkous gekend of gezien?

--Goed, schep er dan een, en zeg dat van hem.

--Wel, ik schep hem, en zeg het.

--Weet je wat ge nu gezegd hebt? Je hebt gezegd dat jy, Duclari, _a
cheval_ bent op de _theorie_. Ik ben geen haar beter. Geloof me, we doen
onrecht zoo boos te worden op iemand die heel slecht is, want de goeden
onder ons zyn 't slechte zoo na! Laat eens de volmaaktheid nul heeten,
en honderd graden voor slecht gelden, hoe verkeerd doen we dan--wy, die
dobberen tusschen acht-en negen-en-negentig!--_haro_ te roepen over
iemand die op honderd-en-een staat! En nog geloof ik dat velen dien
honderdsten graad slechts niet bereiken uit gemis aan goede
eigenschappen, aan moed by-voorbeeld om geheel te zyn wat men is.

--Op hoeveel graden sta ik, Max?

--Ik heb een loep noodig voor de onderdeelen, Tine.

--Ik reklameer, riep Verbrugge--neen, mevrouw, niet tegen uwe nabyheid
aan de nul!--neen, maar er zyn ambtenaren gesuspendeerd, er is een kind
zoek, een generaal in staat van beschuldiging ... ik vraag: _la piece_!

--Tine, zorg toch dat er een volgenden keer wat in huis is! Neen,
Verbrugge, je krygt _la piece_ niet, voor ik nog een beetje heb
rondgereden op myn stokpaardje over de tegenstellingen. Ik zei dat elk
mensch in zyn medemensch een soort van konkurrent ziet. Men mag niet
altyd laken--wat in 't oog vallen zou!--daarom verheffen wy gaarne een
goede eigenschap bovenmate, om de kwade hoedanigheid aan welker
openbaring ons eigenlyk alleen gelegen is, te doen in het oog vallen,
zonder den schyn op ons te laden van partydigheid. Als iemand zich by my
beklaagt omdat ik gezegd heb: "zyn dochter is zeer schoon, maar hy is
een dief" dan antwoord ik: "hoe kan je daarover zoo boos wezen! Ik heb
immers gezegd dat je dochter een lief meisjen is!" Zieje, dat wint
dubbel! Wy beiden zyn kruieniers, ik neem hem zyn klanten af, die geen
rozynen willen koopen by een dief, en te-gelyker-tyd zegt men van my dat
ik een goed mensch ben, omdat ik de dochter prys van een konkurrent.

--Neen, zoo erg is 't niet, zei Duclari, dat is wat sterk!

--Dit komt u nu zoo voor, omdat ik de vergelyking wat kort en brusk
gemaakt heb. We moeten ons dat: "hy is een dief" eenigszins omzwachteld
voorstellen. De strekking der gelykenis blyft waar. Wanneer we
genoodzaakt zyn iemand zekere eigenschappen toe te kennen die aanspraak
geven op achting, eerbied of ontzag, dan doet het ons genoegen naast die
eigenschappen iets te ontdekken, dat ons van den verschuldigden cyns
voor een gedeelte of geheel ontslaat. "Voor _zulk_ een dichter zou men
't hoofd buigen, maar ... hy slaat zyn vrouw!"[100] Ziet ge, dan
gebruiken wy gaarne de blauwe plekken van die vrouw als voorwendsel om
ons hoofd overeind te houden, en in 't eind doet het ons zelfs pleizier
dat hy 't mensch slaat, wat toch anders heel leelyk is. Zoodra wy
erkennen moeten dat iemand hoedanigheden bezit die hem de eer van een
voetstuk waardig maken, zoodra we zyn aanspraken daarop niet langer
kunnen loochenen zonder doortegaan voor onkundig, gevoelloos, of
nayverig ... dan zeggen we ten-laatste: "goed, zet hem er op!" Maar
reeds onder dat opzetten, en als hyzelf nog meent dat we verrukt staan
over zyn uitstekendheid, hebben we reeds den strik gelegd in den _lazzo_
die dienen moet om hem by de eerste gunstige gelegenheid naar-beneden te
halen. Hoe meer _mutatie_ onder de _inhabers_ der voetstukken, hoe
grooter de kans voor anderen om ook eens aan de beurt te komen, en dit
is zoo waar dat wy uit gewoonte en tot oefening--even als een jager die
op kraaien schiet, welke hy toch liggen laat--ook _die_ standbeelden
gaarne neerhalen, welker piedestal nooit door ons kan bestegen worden.
Kappelman die zich voedt met zuurkool en scharrebier, zoekt verheffing
in de klacht: "Alexander was niet groot ... hy was onmatig" zonder dat
er voor Kappelman de minste kans bestaat ooit met Alexander te
konkurreeren in wereldverovering.

Hoe dit zy, ik ben zeker dat velen nooit op 't denkbeeld zouden gekomen
zyn, den generaal Vandamme voor zoo dapper te houden, als zyn dapperheid
niet had kunnen dienen tot voertuig van 't altyd daarby gevoegde: "maar
... zyn zedelykheid!" En tevens, dat deze onzedelykheid niet zoo hoog
zou opgenomen zyn door de velen die zelf niet zoo onaantastbaar waren op
dit stuk, wanneer men ze niet had noodig gehad tot het opwegen tegen zyn
roem van dapperheid, die sommigen belette te slapen.

Een eigenschap bezat hy werkelyk in hooge mate: wilskracht. Wat hy zich
voornam, moest geschieden, en geschiedde ook gewoonlyk. Doch--zie je wel
dat ik weer terstond de tegenstelling by-de-hand heb?--doch in de keuze
der middelen was hy dan ook wat ... vry, en, zooals van der Palm--naar
ik geloof, ten-onrechte--van Napoleon zeide: "hinderpalen der
zedelykheid stonden hem nooit in den weg!" Nu, dan is 't zeker
gemakkelyker zyn doel te bereiken, dan wanneer men zich door zoo-iets
wel gebonden acht.

De adsistent-resident van _Padang_, dan had een bericht uitgebracht, dat
gunstig luidde voor dien gesuspendeerden kontroleur, wiens suspensie
hierdoor een tint van onrechtvaardigheid bekwam. De Padangsche praatjes
duurden voort: men sprak nog altyd over 't verdwenen kind. De
adsistent-resident voelde zich op-nieuw geroepen die zaak optevatten,
maar voor hy iets tot helderheid had kunnen brengen, ontving hy een
besluit waarby hy door den Gouverneur van Sumatra's Westkust werd
gesuspendeerd "wegens oneerlykheid in ambtsbetrekking." Het heette dat
hy uit vriendschap of medelyden de zaak van dien kontroleur, tegen beter
weten aan, in een valsch daglicht had gesteld.

Ik heb de stukken die deze zaak betreffen, niet gelezen, maar ik weet
dat de adsistent-resident niet in de minste betrekking met dien
kontroleur stond, hetgeen reeds hieruit blykt dat men juist _hem_ had
gekozen om die zaak te onderzoeken. Ik weet voorts dat hy een
achtenswaardig persoon was, en dat ook de Regeering hem hiervoor hield,
hetgeen blykt uit het vernietigen der suspensie, nadat de zaak elders
dan op Sumatra's Westkust onderzocht was. Ook die kontroleur is later
geheel in zyn eer hersteld geworden. Het was hun suspensie die my 't
puntdicht ingaf, dat ik op de ontbyttafel van den generaal liet
neerleggen door iemand die toen by hem, vroeger by my in dienst was.

Het wandlend schorsbesluit dat schorsend ons regeert,
Jan Schors-al, Gouverneur, de weerwolf onzer dagen,
Had zyn geweten zelf met vreugd gesuspendeerd...
Als 't niet voor langen tyd finaal reeds ware ontslagen.

--Neem me niet kwalyk, m'nheer Havelaar, ik vind dat zoo-iets niet te
pas kwam, zei Duclari.

--Ik ook ... maar ik moest toch _iets_ doen! Verbeeld je dat ik geen
geld had, niets ontving, en van-dag tot-dag vreesde te sterven van
honger, wat dan ook naby genoeg geweest is. Ik had weinig of geen
betrekkingen op _Padang_, en bovendien, ik had den generaal geschreven
dat _hy_ verantwoordelyk was indien ik omkwam van ellende, en dat ik van
niemand hulp zou aannemen. In de binnenlanden waren er die, vernemende
hoe 't met my gesteld was, my uitnoodigden ten hunnent te komen, maar de
generaal verbood dat men my daarheen een pas zou geven. Naar Java
vertrekken mocht ik ook niet. Overal elders had ik me kunnen redden, en
misschien ook daar als men niet zoo bevreesd ware geweest voor den
machtigen generaal. Het scheen zyn plan te zyn my te laten verhongeren.
Dat heeft negen maanden geduurd!

--En hoe hebt ge u zoolang in 't leven gehouden? Of had de generaal veel
kalkoenen!

--O ja! Maar dit hielp me niet ... zoo-iets doet men maar eens, niet
waar? Wat ik gedurende dien tyd uitrichtte? Och ... ik maakte verzen,
schreef komedies ... en zoo al voort.

--En was daarvoor op _Padang_ ryst te-koop?

--Neen, maar die heb ik er ook niet voor gevraagd. Ik zeg liever niet
hoe ik geleefd heb.[101]

Tine drukte hem de hand, _zy_ wist het.

--Ik heb een paar regels gelezen, die ge in die dagen zoudt geschreven
hebben achter op een kwitantie, zei Verbrugge.

--Ik weet wat je bedoelt. Die regels schetsen myn pozitie. Er bestond in
die dagen een tydschrift, _de Kopiist_, waarop ik inteekenaar was. Het
stond onder de bescherming van de Regeering--de redakteur was ambtenaar
by de algemeene Sekretarie[102]--en hierom werden de inteekeningsgelden
in 's lands kas gestort. Men bood my een kwitantie van twintig gulden
aan. Daar nu dit geld op de bureaux van den Gouverneur moest worden
verhandeld, en dus de kwitantie, als zy onbetaald bleef, die bureaux te
passeeren had om te worden teruggezonden naar Batavia, maakte ik van die
gelegenheid gebruik om achter op dat stuk te protesteeren tegen
myn armoede:

Vingt-florins... quel tresor! Adieu, litterature,
Adieu, Copiste, adieu! Trop malheureux destin:
Je meurs de faim, de froid, d'ennui et de chagrin,
Vingt florins font pour moi deux mois de nourriture!
Si j'avais vingt florins je serais mieux chausse,
Mieux nourri, mieux loge, j'en ferais bonne chere...
Il faut vivre avant tout, soit vie de misere:
Le crime fait la honte, et non la pauvrete!

Maar toen ik later te Batavia by de redaktie van den _Kopiist_ myn
twintig gulden kwam brengen, was ik niets schuldig. Het schynt dat de
generaal zelf dat geld voor my betaald heeft, om niet gedwongen te zyn
die geillustreerde kwitantie terug te zenden naar Batavia.

--Maar wat deed hy na 't ... na 't ... wegnemen van dien kalkoen? 't Was
toch ... een diefstal! En na dat epigram?

--Hy strafte me vreeselyk! Wanneer hy my voor die zaken had laten
terechtstaan als schuldig aan oneerbiedigheid jegens den Gouverneur van
Sumatra's Westkust, hetgeen in die dagen met een beetje goeden wil had
kunnen worden uitgelegd als "_pooging, tot ondermyning van 't
nederlandsch gezag, en aanhitsing, tot opstand_" of aan "_diefstal op
den publieken weg_" zou hy getoond hebben een goedhartig mensch te zyn.
Maar neen, hy strafte me beter ... akelig! Aan den man die op de
kalkoenen passen moest, liet hy gelasten voortaan een anderen weg te
kiezen. En myn puntdicht ... ach, dat is nog erger zeide _niets_, en
deed _niets_! Ziet ge, dit was wreed! Hy gunde me niet het minste
martelaars-air, ik werd niet belangwekkend door vervolging, en mocht
niet ongelukkig wezen door verregaande geestigheid! O, Duclari ... o,
Verbrugge ...'t was om eens-voor-al te walgen van puntdichten en
kalkoenen! Zo weinig aanmoediging dooft de vlam van 't genie uit tot de
laatste vonk ... inkluzief: ik heb 't nooit weer gedaan!




DERTIENDE HOOFDSTUK


--En mag men nu weten waarom ge eigenlyk gesuspendeerd waart? vroeg
Duclari.

--O ja, gaarne! Want daar ik alles wat ik u hiervan te zeggen heb, voor
waar geven en zelfs nog gedeeltelyk bewyzen kan, zult ge daaruit zien
dat ik niet lichtvaardig handelde toen ik myn verhaal over dat vermiste
kind, de praatjes van _Padang_ niet verwierp als volstrekt ongerymd. Men
zal ze zeer geloofbaar vinden, zoodra men onzen dapperen generaal leert
kennen in de zaken die _my_ betreffen.

Er waren dan in myn kasrekening te _Natal_ onnauwkeurigheden en
verzuimen. Ge weet hoe elke onnauwkeurigheid op nadeel uitloopt: nooit
heeft men door slordigheid geld over. De chef van de komptabiliteit te
_Padang_--die nu juist myn byzondere vriend niet was--beweerde dat er
duizenden te-kort kwamen. Maar let wel dat men my, zoolang ik te _Natal_
was, daarop niet had opmerkzaam gemaakt. Geheel onverwachts ontving ik
een overplaatsing naar de Padangsche bovenlanden. Je weet, Verbrugge,
dat op Sumatra een plaatsing in de bovenlanden van _Padang_ als
voordeeliger en aangenamer wordt beschouwd dan in de noordelyke
residentie. Daar ik nog slechts weinig maanden vroeger den Gouverneur by
my had gezien--straks zult ge hooren waarom, en hoe?--en omdat er
gedurende zyn verblyf te _Natal_, en zelfs in myn huis, zaken waren
voorgevallen waarin ik meende my al zeer flink gedragen te hebben, nam
ik die overplaatsing als een gunstige onderscheiding op, en vertrok van
_Natal_ naar _Padang_. Ik deed de reis met een fransch schip, de
_Baobab_ van Marseille, dat te Atjeh peper had ingeladen, en ...
natuurlyk te _Natal_ "gebrek had aan drinkwater." Zoodra ik te _Padang_
aankwam, met het doel vandaar terstond naar de binnenlanden te
vertrekken, wilde ik volgens gebruik en plicht den Gouverneur bezoeken,
maar hy liet me zeggen dat hy me niet ontvangen kon, en tevens dat ik
myn vertrek naar myn nieuwe standplaats moest uitstellen tot nader
bevel. Ge begrypt dat ik hierover zeer verwonderd was, te-meer daar hy
te _Natal_ my verlaten had in een stemming die me deed meenen nogal goed
by hem aangeschreven te staan. Ik had slechts weinig kennissen
te _Padang_, maar van deze weinigen vernam ik--of liever ik bemerkte het
aan hen--dat de generaal zeer verstoord op me was. Ik zeg dat ik 't
_bemerkte_ omdat op een buitenpost als _Padang_ toen was, de
welwillendheid van velen dienen kon als graadmeter der genade die men
gevonden had in de oogen des Gouverneurs. Ik gevoelde dat er een storm
in aantocht was, zonder te weten uit welken hoek de wind komen zou. Daar
ik geld noodig had, verzocht ik dezen en genen me daarmee te-hulp te
komen, en ik stond werkelyk verbaasd dat men my overal een weigerend
antwoord gaf. Op _Padang_, niet minder dan elders in Indie, waar over 't
geheel het krediet een zelfs _te_ groote rol speelt, was de stemming op
dat stuk anders vry ruim. Men zou in elk ander geval met genoegen eenige
honderden guldens hebben voorgeschoten aan een kontroleur die op reis
was en tegen verwachting ergens werd opgehouden. Doch my weigerde men
alle hulp. Ik drong by sommigen op 't noemen der oorzaken van dit
wantrouwen aan, en _de fil en aiguille_ kwam ik eindelyk te weten dat
men in myn geldelyk beheer te _Natal_ fouten en verzuimen had ontdekt,
die me verdacht maakten van ontrouwe administratie. Dat er fouten in myn
administratie waren, bevreemdde me volstrekt niet. Juist het tegendeel
zou me verwonderd hebben, maar wel vond ik 't zonderling dat de
Gouverneur, die persoonlyk getuige was geweest hoe ik gedurig ver van
myn bureau had te kampen gehad met de ontevredenheid der bevolking en
aanhoudende pogingen tot opstand ... dat hy die zelf my geprezen had
over wat hy "kordaatheid" noemde, aan de ontdekte fouten den naam geven
kon van ontrouw of oneerlykheid. Niemand beter toch dan hy kon weten dat
er in deze zaken nooit spraak kon zyn van iets anders dan van
_force majeure_.

En, al loochende men deze _force majeure_, al wilde men my
verantwoordelyk stellen voor fouten die begaan waren op oogenblikken dat
ik--in levensgevaar dikwyls!--ver van de kas en wat er naar geleek, het
beheer daarvan moest toevertrouwen aan anderen, al zou men eischen dat
ik, het eene doende, het andere niet had mogen nalaten, dan nog zou ik
alleen schuldig geweest zyn aan een slordigheid die niets gemeens had
met "ontrouw." Er bestonden bovendien, in die dagen vooral, talryke
voorbeelden dat de Regeering deze moeielykheid der pozitie van de
ambtenaren op Sumatra inzag, en 't scheen dan ook in grondbeginsel
aangenomen by zulke gelegenheden iets door de vingers te zien. Men
vergenoegde zich met van de betrokken ambtenaren de terugbetaling van 't
ontbrekende te vorderen, en er moesten al zeer duidelyke bewyzen zyn
voor men 't woord "ontrouw" uitsprak of zelfs daaraan dacht. Dit was dan
ook zoo als regel aangenomen, dat ik te _Natal_ den Gouverneur zelf
gezegd had bevreesd te zyn dat ik, na 't onderzoeken van myn
verantwoording op de bureaux te _Padang_ veel zou te betalen hebben,
waarop hy schouder-ophalend antwoordde: "och ... die geldzaken!" als
gevoelde hyzelf dat het mindere voor 't meerdere wyken moest.

Nu erken ik dat geldzaken gewichtig zyn. Maar hoe gewichtig ook, ze
waren in dit geval onderschikt aan andere takken van zorg en bezigheid.
Als er door slordigheid of verzuim eenige duizenden te-kort waren in myn
beheer, noem ik dit _op-zichzelf_ geen kleinigheid. Maar als deze
duizenden ontbraken ten-gevolge van myn gelukte pogingen om den opstand
te voorkomen, die de landstreek van _Mandheling_ dreigde in vuur en vlam
te zetten, en de Atjinezen te doen terugkeeren in de oorden waaruit wy
hen pas met veel opoffering van geld en volk hadden verjaagd, dan
vervalt het gewicht van zoodanig te-kort, en 't werd zelfs reeds
eenigszins onbillyk de terugbetaling daarvan opteleggen aan iemand die
oneindig grooter belangen gered had.

En toch had ik vrede met zoodanige terugbetaling. Want door die niet te
vorderen, zou men een te wyde deur openstellen voor oneerlykheid.

Na dagen toevens--ge begrypt in welke stemming!--ontving ik van de
sekretarie des Gouverneurs een brief, waarin men my te kennen gaf dat ik
van ontrouw werd verdacht gehouden, met last my te verantwoorden op een
tal van aanmerkingen die er gevallen waren op myn beheer. Enkelen
daarvan kon ik terstond ophelderen. Voor anderen evenwel had ik inzage
van zekere stukken noodig, en vooral was 't voor my van belang die zaken
natesporen te _Natal_ zelf, om by myn geemployeerden naar de oorzaken
der gevonden verschillen onderzoek te doen, en waarschynlyk zou ik daar
geslaagd wezen in myn pogingen om alles tot klaarheid te brengen. Het
verzuim eener afschryving by-voorbeeld van naar _Mandheling_ gezonden
gelden--je weet, Verbrugge, dat de troepen in 't binnenland uit de
Natalsche kas worden betaald--of iets dergelyks, dat me hoogstwaarschynlyk
terstond zou gebleken zyn als ik onderzoek had kunnen doen op de plaats
zelf, had misschien tot die verdrietige fouten aanleiding gegeven. Maar
de generaal wilde my niet naar _Natal_ laten vertrekken. Deze weigering
deed my te meer letten op 't vreemde der wyze waarop die beschuldiging
van ontrouw tegen my was ingebracht. Waarom toch was ik van _Natal_
onverwachts overgeplaatst, en wel onder verdenking van ontrouw? Waarom
deelde men my dit onteerend vermoeden eerst mede, toen ik ver van de
plaats was waar ik gelegenheid zou gehad hebben my te verantwoorden?
En bovenal, waarom tegen my die zaken zoo terstond in het ongunstigst
daglicht gesteld, in tegenspraak met de aangenomen gewoonte en de
billykheid?

Voor ik nog al die aanmerkingen, zoo goed me zonder archief of
mondelinge inlichtingen mogelyk was, beantwoord had, vernam ik zydelings
dat de Generaal zoo verstoord op me was: "_omdat ik hem te Natal zoo
gekontrarieerd had, waaraan ik dan ook, voegde men er by, zeer verkeerd
had gedaan_."

Toen ging er een licht voor my op. Ja, ik had hem gekontrarieerd, maar
in 't naif denkbeeld dat hy me daarom achten zou! Ik had hem
gekontrarieerd, maar by zyn vertrek had niets me doen gissen dat hy
daarover verstoord was! Dom genoeg had ik de gunstige overplaatsing naar
_Padang_, aangenomen als een bewys dat hy myn "kontrarieeren" schoon
gevonden had. Ge zult zien, hoe weinig ik hem toen kende.

Maar zoodra ik vernam dat dit de oorzaak was van de scherpte waarmee men
myn geldelyke administratie beoordeeld had, was ik in vrede met myzelf.
Ik beantwoordde punt voor punt zoo goed ik kon, en eindigde myn
brief--ik bezit daarvan nog de minuut--met de woorden:

"_Ik heb de op myn administratie gevallen aanmerkingen, zoo goed het my
zonder archief of lokale nasporing mogelyk was, beantwoord. Ik verzoek
Uhoogedelgestrenge my van alle welwillende konsideratien te verschoonen.
Ik ben jong, en onbeduidend in-vergelijking, met de macht der
heerschende begrippen waartegen myn principes me noodzaken optestaan,
maar blijf niettemin trotsch op myn zedelyke onafhankelykheid, trotsch
op myn eer_."

Den volgenden dag was ik gesuspendeerd wegens "ontrouwe administratie."
Den Officier van justitie--we zeiden nog _fiskaal_ in dien tyd--werd
gelast omtrent my "ambt en plicht" te betrachten.

En zoo stond ik dus daar te _Padang_, nauw drie-en-twintig jaren oud, en
staarde de toekomst aan, die my eerloosheid brengen zou! Men raadde my
aan, me te beroepen op myn jonge jaren--ik was nog onmondig toen de
voorgegeven vergrypen hadden plaats gehad--maar dit wilde ik niet. Ik
had immers reeds te veel gedacht en geleden, en ... ik durf zeggen: te
veel reeds gewerkt, dan dat ik me verschuilen zou achter myn jeugd. Ge
ziet uit het zoo-even aangehaald slot van dien brief, dat ik niet wilde
behandeld zyn als een kind, ik die te _Natal_ tegenover den generaal myn
plicht had gedaan als een man. En tevens kunt ge uit dien brief zien hoe
ongegrond de beschuldiging was, die men tegen my inbracht. Waarlyk, wie
schuldig is aan lage vergrypen, schryft anders!


Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30