A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z

- Links

Publishers Newswire Announced Today its Latest List of Books to Bookmark, for Q4/2008
REDONDO BEACH, Calif. -- Publishers Newswire, an online resource for small publishers, as well as lesser known and first-time book authors, has announced its latest quarterly 'Books to Bookmark' list, for Q4/2008. This list is a round-up of new and interesting books which are often missed due to not originating from big name authors, or major New York book publishing houses.

Book, 'Letters From Heroes', captures triumphs of the men and women who served in World War I and II
GILROY, Calif. -- The hardships, struggles, hopes and triumphs of the men and women who served in World War I and World War II is wonderfully captured in 'Letters From Heroes' (ISBN: 978-1-58909-570-0), by Edward T. Cook, a new book just published by Bookstand Publishing. This poignant collection of real letters from real servicemen allow the reader to see things through the eyes of these soldiers and understand their thoughts about war, training, sickness, the enemy and even their food.

In New Book, Mystery of the 6,000 Year Old Science and Art of Astrology Has Been Solved
SAN FRANCISCO, Calif. -- Author of the new book, ASTROMASKS (ISBN: 978-0-615-23386-4), Vijay Rishii Ph.D., announced today that his book reveals the secret code behind the ancient and controversial science of astrology. The author decodes astrology using a new concept of complementary pairs, and gives new meanings to the zodiac signs and their real connection to humans on earth, which has never been done before in the entire history of astrology.

Max Havelaar - Multatuli

M >> Multatuli >> Max Havelaar

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30


En als haar schand zal zyn voltrokken,
Als wy ons hebben moe gekust,
Als elk tot walgens toe verzadigd,
Het hart van wraak, het lyf van lust...

Dan tygen wy aan 't banketteeren,
En de eerste toast is: "'t Batig Slot!"
De tweede toast: "aan Jezus Christus!"
De laatste dronk: "aan Neerlands God!"

En als de zon in 't Oosten opdaagt,
Knielt elk Javaan voor Mahomed,
Wyl hy het zachtste volk der aarde
Van Christenhonden heeft gered."

De opmerkzame lezer ziet dat de brave Droogstoppel ongelyk had in z'n
verontwaardiging over dit--of 'n dergelyk--stuk. Ook had Fransen van
de Putte het besluit der Regeering, waarby de heer R.v.E. verbannen
werd, in alle gerustheid integraal kunnen overleggen. _Sentot_ zegt
immers niet dat dit alles zoo wezen zal. Hy waarschuwt slechts dat het
geschieden _zou_, indien de Hollanders voortgingen hun "_hart te laten
vereelten door 't geld, en den Javaan te vertrappen_." Daar nu dit geval
--vooral na de oprichting der Javaannutmaatschappy en al 't geredekavel
in de Kamer--ondenkbaar is, zal de zaak veel beter afloopen dan Sentot
in 'n wanhopig oogenblik meende.

Voor wien 't niet weet, hier de mededeeling dat de pseudoniem _Sentot_
niet byzonder ongepast de herinnering in 't leven roept aan den
javaschen oorlog. _Sentot_ namelyk was in zeer letterlyken zin de _nom
de guerre_ van Alibassa Prawiro Dirdjo, 't uitstekendst legerhoofd van
de "muitelingen" zooals de party van Diepo Negoro in chauvinistisch
hollandsch genoemd werd, een vertalingsfout waaraan zich ook de
Spanjaarden schuldig maakten jegens de Nederlanders, toen _dezen_ zich
van indelikate vreemdelingen trachtten te ontslaan. De meer of mindere
juistheid van zoodanige uitdrukkingen hangt dikwyls af van geografische
ligging, dagteekening, huidskleur, geloof, en behoefte aan batige saldo's.
De muiters van gister zyn dikwyls de helden en martelaren van vandaag.(*)

(*) De moedige Atjineezen die hun land verdedigen, heetten tegenwoordig
"kwaadwilligen."

Wat overigens die Sentot betreft, men heeft hem na afloop van den
Javaschen oorlog te vriend gehouden. Hy heeft z'n laatste levensjaren
gesleten als gepensionneerde van den nederlandschen Staat, en z'n
krygslieden werden by 't ned. ind. leger ingelyfd, doch niet _en
corps_ ... wat zyn goede reden had. Nog in myn tyd--die wat Indie
aangaat, een aanvang nam in Januari 1839--onderscheidden zich de uit
Sentot's _Barissan_ (geregelde troepen) afkomstige soldaten door goed
gedrag, tucht en militaire houding. Het was niet zeldzaam, by
inspektien of parades, een hoofdofficier, by 't wyzen op 'n flinken
kerel, te hooren zeggen: _Ienie apa lagie orangnja Sentot!_ "Dat is
nog een man van _Sentot_!"


6. _Romancen in 't maleisch_. Ik laat nu daar wat Droogstoppel kan
onder de oogen gehad hebben, doch zeker is 't dat ik den zang van
_Saidjah_ die in deze uitgaaf voorkomt op blz. 281, (alinea die
begint met: "zie hoe de badjing", M.D.) oorspronkelyk in 't _maleisch_
geschreven heb. Waar dat stuk beland is, weet ik niet, en op dit
oogenblik zie ik geen kans het in die taal te maken. Waarschynlyk ligt
het in een der koffers of pakken papieren die ik na m'n vertrek van
_Lebak_, op m'n verdrietige Odyssee hier-en-daar moest achterlaten, en
wieromtrent ik den lezer verwys naar _Idee_ 951. Ik denk dat bedoeld
stuk voor den dag zal komen na m'n dood, als ik niet meer daar wezen
zal om te vragen hoe men er aan gekomen is? Dat er overigens zal
gespekuleerd worden in nagemaakt-posthume artikelen, spreekt in onze
eeuw van vervalsching vanzelf. En wanneer het te voorzien was dat die
sofistikatie zich bepalen zou tot schryvery, kon men de zaak dragelyk
vinden voor 'n doode. Maar de goocheltoeren die men aan den man brengen
zal omtrent m'n leven, handelwys, karakter! Reeds nu lees en verneem ik
dagelyks voorvallen die _my_ betreffen, gebeurtenissen waarin _ik_ 'n
hoofdrol speel, en die myzelf grooter verrassing baren dan ze ooit
kunnen teweegbrengen by ieder ander. De vertellingen die over my in
omloop zyn--ook de niet boosaardige--loopen voor ieder die me _werkelyk
kent_, in 't koddige ... neen, in _'t idiote_! Geenszins nu ter adstraktie
hiervan, maar alleen om te doen blyken _comment on ecrit l'histoire_, hier
de opmerking dat zekere Bloemlezer nu reeds, slechts zeven-en-dertig jaar
na m'n vertrek naar Indie, goedvindt dat vertrek 'n paar jaar te
verschuiven. Vrage welke stiptheid is er te wachten in de chronologische
rangschikking der chinesche dynastien, en vooral welke wetenschappelyke
en moreele integriteit in karakterbeschryving? Toch is er leering te
trekken uit de hier bedoelde fout. Door 't opmerken van zulke _blunders_,
gewenne zich de lezer aan de vraag: "man, bloemlezer, _weet_ je wel wat
je beweert ons te willen leeren? Zoo neen, waar bemoei je je mee?


7. _Voor gelykluidend met het oorspronkelyke geteekend_. Dit is
werkelyk het geval met de bewysstukken die ik zoowel in den _Havelaar_
als in de _Minnebrieven_ overleg, Op gelyke wys heb ik de echtheid van
meer andere stukken doen staven, in de meening dat men eenmaal
daarnaar onderzoek zou doen. Maar nooit heeft iemand die moeite
genomen, wat me zeer karakteristiek voorkomt. Het spreekt vanzelf dat
ik nog altyd bereid ben inzage van bedoelde stukken te geven aan ieder
die blyk zal geleverd hebben dat het hem om waarheid te doen is.
Voorloopig bepaal ik my tot herhaling der sommatie aan _Duymaer van
Twist_ om te beweren dat de door my als echt voorgestelde stukken
verdicht zyn. Zoolang hy dit niet durft, blyf ik eischen _dat er op
die stukken Recht worde gedaan_.


8. _Wettig eigendom van den Havelaar_. Droogstoppel voelde berouw
dat-i den onnoozelen Sjaalman z'n recht op eigen werk niet ontfutseld
had. Waarschynlyk kwam me by 't schetsen van den huichelenden schelm,
deze trek noodig voor. En zie, ik wist niet dat ik hier--in zeer
beperkten zin altoos--profeet was. Juist op de manier die Droogstoppel
hier betreurt niet gevolgd te hebben, is de beschikking over 't boek
_Havelaar_ in andere handen overgegaan. De my aangeboden en eigenlyk
_opgedrongen_ ondersteuning die strekken zou om me zes maanden rust
teverschaffen na m'n ellendig omzwerven, en _om den uitslag van m'n
pleidooi aftewachten_, is gebruikt als voorwendsel om den _Havelaar_
zoo te behandelen dat het pleidooi z'n kracht verloor. En dit
geschiedde _opzettelyk_. In een aan my gerichten "Brief" verklaart de
heer Van Lennep: dat hy 't _populair worden van m'n arbeid wilde
tegengaan_, hy die met zooveel vertoon van vurige sympatie my verzocht
had de uitgaaf daarvan aan hem optedragen! Toch ben ik aan de
rechtvaardigheid verplicht den lezer te waarschuwen tegen zekere
vereenzelviging van den heer V.L. met den afzichtelyken Droogstoppel.
Toen V.L. _begon_ zich met de Havelaarszaak intelaten, was-i oprecht.
Maar gaande-weg begon hy berouw te voelen, en z'n zwakheid nam zoo de
overhand dat-i weldra liever my verraadde--'t moet hem zeer gedaan
hebben, want slecht was-i niet!--dan in zyn kring doortegaan voor den
beschermer eener zaak die, _zeer ten onrechte_, werd uitgekreten voor
iets revolutionnairs. Men zie over dit alles, blz. 17 van _Vrye-arbeid_,
uitgaaf 1873, en de Noot op _Idee_ 289.


9. _Wapen van Bern_. In een aldus genoemd gebouw, staande op 't Spui
te Amsterdam, werden in myn jeugd boekverkoopingen gehouden. Ik weet
niet of dit nog zoo is, en zelfs niet of die inrichting nog bestond in
den tyd waarvan Droogstoppel verondersteld wordt te spreken, d.i. een
paar jaar na den datum der officieele stukken die in den _Havelaar_
opgenomen zyn.


10. _Pandeglang en Lebak_. Hier voor 't eerst had ik 't genoegen een
paar namen voluit te schryven, die in vorige uitgaven met puntjes
verminkt waren. Tot op dit oogenblik toe kende een zeer groot getal
lezers den naam niet van de provincie waar de in _Havelaar_ behandelde
voorvallen plaats grepen. Men moest zich vergenoegen met den klank
_Leb_. En dat zoo'n storende terughouding nadeelig gewerkt heeft,
zoowel op het schilderachtige der voorstelling als op 't betrouwbare
van m'n beweringen, spreekt vanzelf. Dit was dan ook 't doel van dat
verraderlyk kastreeren. Men zie hierover de zoo-even aangehaalde _Noot
op Idee_ 289. De Engelschman Wallace--die _nota bene_ de engelsche
vertaling van den _Havelaar_ niet onder de oogen gehad heeft, want
daarin staan namen en datums voluit gedrukt--ontzegt aan m'n werk alle
waarde _omdat ik geen plaatsen en dagteekeningen opgeef_.

Men heeft my verzekerd--of 't waar is, weet ik niet--dat de heer Van
Lennep m'n handschrift ten-geschenke heeft gegeven aan de _Maatschappy
der Nederlandsche Letterkunde_ te Leiden. Indien ik hierin wel
geinformeerd ben, zou dat Genootschap in de gelegenheid zyn te
onderzoeken of 't _myn_ schuld is, dat in vorige uitgaven de namen van
plaatsen en personen of de dagteekeningen met lafhartige puntjes
gespeld zyn?


11. _Groote weg over Java_. Deze weg loopt van _Anjer_, aan straat
_Soenda_ gelegen en dus een der westelykste punten, tot aan
_Banjoewangie_, dat aan 't Zuidoostelyk uiteinde des lands, tegenover
_Bali_ ligt, en is 270 uur gaans lang. Het aanleggen daarvan was een
reuzenwerk, en kon dan ook slechts ten-einde worden gebracht door 'n
man als Daendels die aan groote wilskracht, verregaande minachting
voor byzondere belangen paarde. De blyken die van z'n ruwheid worden
verteld, loopen in 't ongelooflyke. Toch zyn er in zekere gevallen
menschen van die soort noodig. Ik beweer dat er ook _thans_ behoefte
is aan personen die moed en kracht hebben om op eigen verantwoordelykheid
te breken met den sleur. Waarlyk, er zyn _heden-ten-dage_ in ons Indie
dingen te verrichten, waarby die postweg kinderspel is! Of de Daendels
die daartoe verwacht en gewenscht wordt, zou kunnen volstaan met de
eigenschappen die 'n zeventig jaar geleden aan de eischen beantwoordden,
blyft te betwyfelen. Ik spreek in den tekst van "bezwaren die z'n
tegenstanders in 't Moederland hem in den weg legden." Wat is in onzen
tyd het lot van iemand die in Indien iets verbeteren wil? Hoe zwaar
Daendels taak ook moge geweest zyn, hy had _niet_ te worstelen met 'n
wysneuzige Tweede Kamer en de ministerschappen die uit zoo'n
Kamerregeering voortvloeien.

Wat overigens onzen "Maarschalk" aangaat--_marechal de Hollande_,
namelyk, want na de inlyving werd-i teruggezet tot generaal--ook ten
zynen opzichte is het te betreuren dat wy Hollanders zoo schraal
voorzien zyn van _Memoire_-litteratuur, een fout die onze Geschiedenis
dor maakt, en slechts begrypelyk voor de zoodanigen die, geen oordeel
genoeg hebbende tot niet-begrypen, volkomen tevreden zyn met
ongerymdheid. De levensloop van Daendels was 'n _drama_. Dit is
optemaken uit het weinige dat officieel van hem bekend is, en uit de
vele vertellingen die in de _Chinesche kerk_ [98] omtrent hem in
omloop zyn. Een goedgeschreven levensgeschiedenis van dien man zou
licht werpen op 'n belangryk tydvak onzer historie van den
patriottentyd af tot de restauratie toe. Op z'n armzalig knoeien by
gelegenheid der inlyving van ons landje, wees ik reeds in m'n _Idee_
515. Wie by 't lezen van die bydrage in 't oog houdt dat onze
"Maarschalk van Holland" een gewezen _patriot_ was--en een van de
vurigsten!--zou verbaasd staan over 's mans verregaande
karakterloosheid, indien niet zyn verbazing uitgeput ware door 't
letten op de algemeenheid van die kwaal. Ook in 't zeer belangryk werk
van den heer Van Lennep (_het leven van Mr. C.v.L. en Mr. D.J.v.L._(*))
vindt men kostbare maar bedroevende bydragen tot deze waarheid. Wie de
Geschiedenis grondiger bestudeert dan uit officieel-goedgekeurde
schoolboekjes mogelyk is, zal erkennen dat men zeer zelden in de rei
der personen die zy ons te aanschouwen geeft, een _karakter_ aantreft.

Toch blyft het de vraag of men Daendels goed zou beoordeelen, indien
men alleen achtsloeg op z'n lamlendig gedrag in de maand Februari
1811. Het wantrouwen waarmee eenige jaren later Willem I hem
onderscheidde, schynt aantetoonen dat men hem tot iets buitengewoons
in-staat achtte. Z'n benoeming tot gouverneur der Bezittingen op de
Goudkust--die heele bezitting stond in belangrykheid beneden menige
kontroleursafdeeling op Java!--die benoeming was 'n soort van
gevangenschap. Ik weet van goederhand dat hyzelf de zaak dan ook als
zoodanig beschouwde. By gelegenheid zal ik eenige staaltjes meedeelen
van z'n inborst. Al verdient hy geen plaats onder _beroemde_ mannen,
een _vreemde_ verschyning was-i zeker. Dit is al _iets_ in onzen tyd
van jammerlyk ordinarisme!

(*)Ziedaar _Memoires_! Toch blyft het by de onmiskenbare waarde van
dat werk te betreuren dat de schryver gemeend heeft ... hoe zal ik me
uitdrukken? Godbewaarme dat ik schandaal zou aanpryzen, maar de
_menschkundige_ lezer voelt by 't volgen van de biografien der beide
van Lennepen, dat er hier-en-daar iets moet overgeslagen zyn. Hoe
dankbaar ook voor de kostbare bydragen tot de kennis der zeden van
dien tyd, wordt toch het oog vermoeid van de vlekkeloosheid der twee
brave Hendrikken waaraan de auteur 't aanzyn dankt. Het gekste is dat
Jakob van Lennep zelf noch "brave Hendrik" was, noch lust had er voor
doortegaan. Ik gis dus dat de gapingen waarop ik doel, voldoen moesten
aan den smaak en de eischen van zeker soort van Publiek, aan welke
invloed Mr. Jakob V.L. zich--jammer genoeg!--nooit wist te onttrekken.
Juist 'n menschenvrees van zoodanigen aard belette hem de Havelaarszaak
doortezetten zooals aanvankelyk inderdaad z'n plan was.


12. _Radhen Adhipatti Karta Natta Negara_. De drie laatste woorden zyn
de _naam_, de twee eersten drukken den _titel_ uit. Het spreekt vanzelf
dat de juiste vertaling van zoodanigen titel moeielyk is. Toch heeft
het de oude Valentyn in z'n werken over Oost-Indie beproefd. Hy
spreekt van "hertogen" en "graven." Hierin ligt voor iemand die de
Inlandsche Hoofden kent, iets zonderlings. Na de velerlei titels van
meer of min schynbaar-onafhankelyke Vorsten is die van _Pangerang_ de
hoogste. Zoo'n _Pangerang_ zou men met eenigen kans op juistheid,
_Prins_ kunnen noemen, omdat deze rang ontleend is aan verwantschap
met een der regeerende huizen van _Solo_ (Soerakarta) en _Djokja_
(Djokjakarta) schoon hierop, naar ik meen, uitzonderingen bestaan,
waarmee we nu niet te maken hebben. De naastvolgende titel is die van
_Adhipatti_, of voluit: _Radhen Adhipatti_. _Radhen_ alleen duidt 'n
rang van lager orde aan, doch die nog vry hoog boven 't gemeen staat.
Iets lager dan _Adhipatti_ staan de _Tommongongs_.

De adel speelt in de javasche huishouding een groote rol. Het
Gouvernement heeft zich 't recht aangematigd adelyke titels
toetekennen, iets dat eigenlyk met het grondbegrip van onderscheiding
_door geboorte_ in stryd is. Ook in Europa evenwel zien wy 'tzelfde
verschynsel. Stipt genomen kan een Regeering iemand toestaan zekeren
titel te voeren, de voorrechten te genieten die aan zekeren stand
verbonden zyn. maar geen macht ter-wereld kan bewerken dat iemand
wiens voorouders onbekend waren, op-eenmaal de afstammeling wordt van
een geslacht dat reeds eeuwen geleden in aanzien was. Wat Java aangaat,
de gebeneficieerden berusten vry geduldig in 't hun toegeworpen voordeel.
Men beweert echter dat er onder de minder gunstig bedeelden--en misschien
ook onder de Bevolking, die voor echte stamregisters religieuzen eerbied
heeft--plan bestaat om de diplomen welke de oude O.I. Kompagnie uitreikte,
en die welke door de Buitenzorgsche Sekretarie verleend werden, by de
eerste gelegenheid te herzien. Er zyn weinig of geen adelyke geslachten
op Java--de regeerende vorsten van _Solo_ en _Djokja_ niet uitgezonderd
--welker titels en officieele pozitie geen stof leveren zouden tot
kontroverse en verzet. Dit wacht maar op 't breken van een der mazen van
't net waaronder de geheele javaansche huishouding gevangen ligt.


13. _Mechanismus van 't Bestuur_. Jonge lieden die den _Havelaar_ voor
eerst lezen in _deze_ uitgaaf, kunnen zich geen denkbeeld maken, hoe
volstrekt noodig in 1860 de schets was van de inrichting onzer
heerschappy in Indie, die in de volgende bladzyden van den tekst
gegeven wordt. En meer nog: op de hoofdplaatsen in Indie zelf was,
kort geleden nog, 't mechanisme van ons Bestuur een gesloten boek. Van
deze onkunde zou ik vreemdklinkende voorbeelden kunnen aanhalen. Tot
juist begrip evenwel van de zeer kunstige--en toch eenvoudige!--wyze
waarop 't machtig Insulinde door een zwakke natie onder de knie wordt
gehouden, verwys ik naar m'n beide brochures over _Vryen arbeid_.(*)
De fout der Nederlanders is dat ze aan 't vreemde in onze verhoudingen
daarginds zoo gewoon zyn geraakt, dat ze er niets byzonders meer in
zien, en meenen dat alles vanzelf zoo blyven zal.

(*)(Vooral naar de tweede: _Nog eens Vrye-arbeid_, Delft by J. Waltman Jr.)

Wat overigens de inrichting van het _Binnenl. Bestuur_ aangaat, mag ik
niet onvermeld laten dat sedert eenige jaren de Residenten als
Voorzitters van den Landraad vervangen zyn door z.g.n. _rechterlyke
ambtenaren_. Deze splitsing van gezag--ook vooral noodlottig uit 'n
politiek oogpunt--draagt ruimschoots het hare by tot den ellendigen
toestand waarin 't _Inlandsch Rechtswezen_ op Java verkeert.
Veiligheid van personen en goederen heeft sedert dien baarschen
maatregel schrikbarend afgenomen. Het _Ketjoe_-wezen neemt by den dag
in omvang toe.


14. _Nederlandsch Indie_. Sommigen rekenen de eilandengroep die
misschien eenmaal Nieuw-Holland aan de vaste kust van Indie verbond,
met dit laatste tot _Australie_. Anderen spreken van _Polynesie_ en
_Melanesie_. Elders weer lezen wy van _Oceanie_. In al deze gevallen
staat het aan ieders willekeur om de toepassing van zulke benamingen
al dan niet uittestrekken tot de _Gezelschaps_-en _Markiezen_-eilanden.
Maar die verdeelingen zyn en blyven konventionneel. Van meer gewicht
is de vraag of onze bezittingen in die streken _Nederlandsch_ zyn?
In politieken zin, ja. In _socialen_ zin echter even weinig als in
geografische beteekenis. Niets is minder _nederlandsch_ dan de bodem,
't klimaat, de _fauna_, de _flora_, van al die eilanden. Niets ook is
minder _nederlandsch_ dan de geschiedenis der bewoners, dan hun
traditien, hun godsdienst, hun begrippen, hun karakter, hun zeden en
... hun belangen. Ook zonder de minste politieke nevengedachte stuitte
my altyd een kwalifikatie die zulke onjuiste denkbeelden in 't leven
roept, en daaraan heeft men de invoering te danken van 't woord
Insulinde, waarmee de lezer nu wel eenigszins gemeenzamer wezen zal
dan Droogstoppel bleek te zyn, toen hy die benaming voor 't eerst
ontmoette in Sjaalmans pak. (blz. 33) (zie de alinea die begint met:
"Over een konstitutie ...", M.D.)


15. _Sawah's, gagah's, tipar's_. Rystvelden, onderscheiden naar ligging
en wyze van bewerking, vooral met het oog op de mogelykheid om ze al of
niet van water te voorzien.


16. _Padie_. Ryst in den bolster.


17. _Dessah_. Dorp. Elders: _negrie_. Ook: _kampong_.


18. _Kultuur-emolumenten_. Deze zyn, wat de europesche ambtenaren
aangaat, afgeschaft. 't Spreekt vanzelf dat ik, die op de noodlottige
werking van deze perspompmekaniek gewezen had, niet genoemd werd by de
beraadslagingen over dat onderwerp. Of de maatregel overigens de
bedoelde verlichting voor den Javaan ten-gevolge heeft, valt te
betwyfelen, daar men verzuimd heeft de vaste inkomsten der europesche
ambtenaren in de binnenlanden te verhoogen. Ze zyn en blyven
_genoodzaakt_ diensten en leveringen van den Javaan te vorderen, die
nergens beschreven staan.


19. _Geheele distrikten uitgestorven van honger_. Waarschynlyk doelde
ik hier op den hongersnood die 't Regentschap _Demak_ en _Grobogan_
ontvolkte. Na '60 evenwel--en thans vooral niet minder dan vroeger--zyn
de berichten omtrent dergelyke kalamiteiten zoo menigvuldig, dat het de
moeite niet loont daarvan geregelde opgave te doen. De bewering dat er
op Java telkens hongersnood heerscht, is 'n _truism_ geworden. Wat
_Lebak_ in 't byzonder aangaat, daar waren ze geregeld-periodisch. Hierop
zal ik terugkomen.


20. _Aloen-aloen. Kraton. Kotta Radja_. De _aloen-aloen_ is 'n
uitgestrekt voorplein voor de groep gebouwen die de woning van 'n
Regent uitmaken. Gewoonlyk staan er op zoo'n plein twee statige
_waringi_-boomen, uit welker ouderdom blykt dat niet zy op den
_aloen-aloen_ geplant zyn, maar dat de regentswoning in hunne
nabyheid, en waarschynlyk juist daar om die nabyheid, is opgericht.

Daar ik verzuimd heb op blz. 63 (twee alinea's ervoor, M.D.) een noot
te plaatsen by 't woord _Kratoon--Kraton, Kratoen, Keratoe-an_, om 't
even--wil ik die fout hier herstellen te-meer omdat ze my aanleiding
geeft tot het bespreken van zeker bedrog dat onlangs van officieele
zyde weder jegens 't nederlandsche Volk gepleegd is, en nog altyd by
sommigen z'n werking doet. Men heeft, om de atjinesche krygsbedryven
in 'n chauvinistisch licht te stellen, den _Kraton_ des Sultans van
Atjin doen voorkomen als 'n _vesting_ welker verovering zeker
schitterend succes beteekende. Ik gis dat er te Atjin nooit 'n _Kraton_
geweest is, en zelfs dat de Atjinezen dit _woord_ nooit gehoord hadden,
daar de _zaak_ zeer speciaal 'n Javanismus is. Doch ook wanneer ik me
hierin mocht bedriegen, een _vesting_, een "militair punt" is zoo'n
_Kraton_ gewis niet. Het veroveren van een _Kraton_ is 'n wapenfeit,
nagenoeg gelykstaande met het innemen eener omheinde of des-noods
ommuurde hollandsche buitenplaats. Als gewoonlyk hebben de
Bestuursmannen in deze zaak 't Volk weer gepaaid met 'n klank!

Ik bespeur dan ook dat men van-lieverlede 't woord _Kraton_ is gaan
overzetten in _Kotta Radja_, 'n woord dat met wat goeden wil als de
_Maleische_ vertaling van 't _Javaansch_ begrip: _Keratoean_ kan
worden opgevat, mits men niet met de Woordenboeken 't woord _Kotta_
overzette in stad--insulindische "steden" zyn er niet--maar opvatte
als: _woningsgroep_ of iets dergelyks, al of niet op zekere wyze,
_maar niet uit 'n oogpunt van versterkingskunst_, afgesloten. Dat dit
afsluiten soms in oorlogstyd geschiedt, is waar, doch dit maakt
_Kotta's_ en _Kratons_ evenmin tot vestingen als de Buitenplaats
waarvan ik zoo-even sprak. Dat wy, Europeanen, soms aan 'n versterking
in Indie den naam van _Kotta_ geven, is by gebrek aan beter, doch
verandert niets aan de waarheid dat het woord _kotta_ geen _vesting_
beteekent.

Er is dus geen vyandelyke _sterkte_ genomen by 't "betreden"--ik kies
dit woord met opzet--by 't _betreden_ van des Sultans _Kraton_ of,
zooals 't nu heet, z'n: _Kotta Radja_, d.i. z'n _vorstenverblyf_.
Vandaar dan ook de zonderlinge manier waarop die "verovering" plaats
greep. Onze bevelvoerende generaal bevond zich binnen de "versterking"
_zonder het te weten_. Dat de heer Van Swieten dit in een zyner
rapporten met den grootsten eenvoud getuigt, bewyst dat hy niet
medeplichtig was aan 't opzet--en dat hy niet deelde in de
ministerieele behoefte!--om de Natie zand in de oogen te strooien.
Maar uit het gelukken van dat opzet blykt alweer voor de duizendste
maal dat die Natie _niet lezen kan_! Want Van Swieten's oprecht en
zedig rapport werd gepubliceerd, en toch ... toch moest het heten dat
er 'n _vesting_ veroverd was!


21. _Mantrie_: Inlandsch beambte wiens betrekking nagenoeg door 't
woord _Opziener_ kan worden aangeduid.


22. _Diplomatische voorzichtigheid in den omgang met Inlandsche
Hoofden_. Men vergeet gewoonlyk dat wyzelf voor 'n groot deel oorzaak
zyn van de dubbelhartigheid die wy de javaansche Grooten verwyten.
Onder hen is de spreuk in omloop: _valsch, als 'n Christen_. En deze
kwalifikatie klinkt zoo ongegrond niet, als men de slenters en streken
opmerkt, waarmee we, van Houtman af tot heden toe, ons hebben weten
staande te houden.

Wat my betreft, ik heb over 't algemeen de Inlandsche Hoofden niet
geveinsder gevonden dan Europeanen. En waarom zou dit ook? Het
diplomatisch axioom _que la parole est donnee a l'homme pour deguiser
sa pensee_, is niet van aziatischen oorsprong. Of 't waar is dat
Talleyrand die betise gezegd heeft--_en ne deguisant nullement sa
pensee alors_, en dus nogal dom van z'n eigen standpuntje bezien!
--laat ik daar. De _ware_ diplomatie bestaat in oprechtheid.


23. _Westmoesson_. De regentyd duurt op Java van Oktober tot Maart. In
de Noord van Sumatra evenwel zyn de saizoenen andersom. Daar brengen
stormen uit het Westen hevige regens aan, juist in den tyd dat op Java
de gansche Natuur smacht naar wat vocht. Opmerkelyk is 't, dat de
Regeering te _Buitenzorg_ blyk gaf dit niet te weten. Zy zond de
befaamde eerste expeditie naar _Atjeh_, op 'n tydstip toen Horsburgh's
_Indian Directory_--en elke scheepsjongen van 'n kustvaartuig!--haar
had kunnen zeggen dat de Westkust van Sumatra zeer gevaarlyk was. Al
weer 'n staaltje van de gevolgen der kommiezery. Dat wil oorlog
voeren, en kent de eigenaardigheden van z'n eigen land niet!

Wat overigens dat verschil van saizoenen aangaat, op 't zuidwestelyk
deel van Sumatra schynen de jaargetyden in elkander te loopen. Te
_Padang_, byv. kan men niet op standvastig-periodieke winden, noch
alzoo op de daarvan af hangende regens of droogte staat maken.


Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30