A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z

- Links

Publishers Newswire Announced Today its Latest List of Books to Bookmark, for Q4/2008
REDONDO BEACH, Calif. -- Publishers Newswire, an online resource for small publishers, as well as lesser known and first-time book authors, has announced its latest quarterly 'Books to Bookmark' list, for Q4/2008. This list is a round-up of new and interesting books which are often missed due to not originating from big name authors, or major New York book publishing houses.

Book, 'Letters From Heroes', captures triumphs of the men and women who served in World War I and II
GILROY, Calif. -- The hardships, struggles, hopes and triumphs of the men and women who served in World War I and World War II is wonderfully captured in 'Letters From Heroes' (ISBN: 978-1-58909-570-0), by Edward T. Cook, a new book just published by Bookstand Publishing. This poignant collection of real letters from real servicemen allow the reader to see things through the eyes of these soldiers and understand their thoughts about war, training, sickness, the enemy and even their food.

In New Book, Mystery of the 6,000 Year Old Science and Art of Astrology Has Been Solved
SAN FRANCISCO, Calif. -- Author of the new book, ASTROMASKS (ISBN: 978-0-615-23386-4), Vijay Rishii Ph.D., announced today that his book reveals the secret code behind the ancient and controversial science of astrology. The author decodes astrology using a new concept of complementary pairs, and gives new meanings to the zodiac signs and their real connection to humans on earth, which has never been done before in the entire history of astrology.

Max Havelaar - Multatuli

M >> Multatuli >> Max Havelaar

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30



24. _Sirie. Pinang. Gambier. Slamat_. De drie eerste woorden duiden de
bestanddeelen aan die, met _tabak_ en _kalk_, den voor den Javaan
onmisbaren _betel_-pruim vormen. In sommige gewesten van Insulinde
ontmoette ik personen die niet pruimden, maar op Java zelden of nooit,
de vrouwen niet uitgezonderd. Het bruine sap van den tabak, iets
rooder gekleurd nog door de _gambier_, verft aller lippen en tanden.
Fraai staat dit niet, doch 't wordt voor zeer mondzuiverend gehouden.
Het gebruik van _sirie_--met toebehooren dan--is zoo algemeen, dat het
europeesch begrip: _drinkpenning_, in Indie wordt uitgedrukt door 't
woord _wang sirih_, d.i. sirie-geld.

De _Sirie_ is 't blad van een rank, niet veel zwaarder dan onze
erwtenplanten, en die zoo op 'n peperboompje gelykt, dat de onkundige
deze beide gewassen niet gemakkelyk van elkander onderscheiden kan. Ik
geloof dan ook dat ze tot dezelfde botanische familie behooren, al
mocht het zyn dat vakgeleerden die graag wat vreemds verkondigen--een
leeuw is 'n kat, en de walvisch mag geen visch heeten!--in die
overeenkomst reden vinden om _sirie_ en _peper_ heel ver van elkaar
te zetten.

Het verwondert me dat er in de tandheelkunde zoo weinig gebruik van de
_sirie_ gemaakt wordt. Me dunkt dat de zuiverende samentrekkende
werking van dat blad--en de smaak is niet onaangenaam--daartoe
aanleiding geven zou. Ik meen dat men aan de _gambier_ wel 'n plaatsje
toekent in de europesche pharmakopee, maar weet niet of dit almede 't
geval is met de _pinang_ of _areka_. Dit is 'n noot uiterlyk niet zeer
ongelyk aan de muskaat. Doch de boom waaraan ze groeit, behoort tot de
palmsoorten.

Het woord _slamat_ beteekent: _groet_, en in dit geval het zeer
eigenaardig _kompliment_--samenvouwing--dat in den tekst beschreven
wordt. Vrage: is er verband tusschen 't maleische _slamat, selamat_,
en 't woordeke _Sela_ dat zoo vaak in de psalmen voorkomt? Men weet
dat volgens de riten van het Oosten, godsdienstige oefeningen bestaan
uit gebeden en gezangen, telkens afgebroken door velerlei gebaren en
_komplimenten_. Zoo-iets geschiedde misschien ook by 't voordragen der
psalmen, en deze gissing wordt versterkt door 'n opmerking over de
vermoedelyke nadere beteekenis van 't woord _slamat_ of _selamat_.
In-verband gebracht met _Slam_ of _Islam_--door letterverzetting
verwant met _mosl, muzl_: muzelman--zou misschien de oorspronkelyke
zin kunnen geweest zyn: de _plechtstatige_ of _ritueele_ groet; en dit
zou volkomen beantwoorden aan de beteekenis die 't woord _Sela_ in de
psalmen gevoegelyk kan gehad hebben. Maar ik geef de opmerking om beter.


25. _Maas_: adelyke titel die lager staat dan _Radhen_, doch soms ook
met dat woord tezamen gebruikt wordt: _Radhen Maas_. 't Woord _annak
maas_ beteekent een slaaf die niet gekocht maar in 't huis zyns
meesters geboren is, en heeft dus met den titel _Maas_ niet te maken.


26. _Kidang_: middelsoort hert. Veel kleiner, en niet grooter dan 'n
middelmatige hond, zyn de _kandjiels_, hertjes die uitmunten door
vlugheid en bevalligheid. Men beweert dat ze in opgesloten staat niet
in 't leven kunnen gehouden worden. De _kidang_ echter schynt, evenals
de meeste soorten van onze herten, zich makkelyk te schikken in 'n
omheind kamp.


27. _Pegang koedahnja toewan kommendaan_: hou 't paard van m'nheer den
kommandant vast!


28. _Klapperwater_. Dit is 't vocht dat men in Holland "kokosmelk"
noemt. Het is koel en frisch, maar wordt zelden gedronken. De
_klappa_, _kelappa_ of _kokos_ wordt, meestal geraspt, by 't bereiden
van spys in de keuken hoofdzakelyk echter tot het slaan van olie, maar
zelden als _ooft_, en nooit als _spys_ gebruikt. De vertellingen die
in kinderboekjes en in geleerde verhandelingen van vakmannen (zie
_Album der Natuur_) over den _klapper_ in omloop zyn, klinken koddig
in de ooren van iemand die in Indie geleefd heeft. Of de _kokos_ in
West-Indie 'n andere rol speelt dan in Insulinde, is my onbekend. Met
den _banaan_--insulindisch: _pisang_--is dit zeker 't geval, daar hy
op de surinaamsche plantages aan de negers tot voedsel wordt gegeven.
Dit is dan ook 'n zeer grove soort van 'n paar voet lang. De
middelbare soort in _Oost_-Indie haalt slechts zes duim, en een der
kleinste--de _pisang maas_ of _goud-pisang_, 'n fyn vruchtje--is niet
veel grooter dan een kinderpink, en zeer smakelyk.


29. _Gemberthee_: aftreksel van aan gemberwortel, dat zoo heet mogelyk
moet gedronken worden ... ter verkoeling. In India heerscht de meening
dat koude dranken, en vruchten die _in den mond_ een verfrisschende
werking doen, 't lichaam verhitten. Volgens 'n gelyksoortige stelling
werken de spaansche-pepersoorten _tjabeh_ en _lombok_--westindisch:
_cayenne_--verkoelend. Voor-zoo-ver ik in de praktyk heb kunnen nagaan,
zyn die meeningen niet ongegrond, maar vaak speelt in zulke zaken de
verbeelding haar rol.


30. _Vraag van een inlander aan den luitenant Duclari_. De heer Collard
--thans sedert lang hoofdofficier, en misschien gepensionneerd--zal,
des gevraagd, wel zoo goed zyn te erkennen dat ik ook hier de waarheid
zeg.


31. _Ienie apa toewan-toewan datang_: daar komen de heeren aan! De
_toedoeng_ is het in den vorm van een grooten ronden schotel
gevlochten hoofddeksel van den Javaan, en beschut zoowel tegen de zon,
als tegen den regen waarvoor de inlander bespottelyk bang is. Zeker
soort van tuinhoeden die onlangs by onze dames in de mode waren,
geleken precies op _toedoengs_.


32. _Baboe_: inlandsche kindermeid.


33. _Kondeh_: het op 't achterhoofd in 'n wrong vereenigd haar, dat
echter nooit door 'n afzonderlyk lint of koord wordt samengehouden,
maar steeds in 'n lus of strik van 't haar zelf hangt. Indien 't woord
_chignon_ uitsluitend op _valsch_ haar doelt, is de _kondeh_ geen
_chignon_.


34. _Gouden pajong_. De kleur van 't zonnescherm duidt naar landswys,
doch volgens officieel vastgestelde bepalingen, den rang van 't Hoofd
aan, wien zoodanige _pajong_ wordt nagedragen. Effen verguld is 't
hoogste.


35. _Tandoe_: draagstoel. In andere provincien draagt dit voorwerp den
naam van _Joleh, Djoeli_, of zoo-iets.


36. _De volkstellingen zyn onnauwkeurig_. Ieder hoofd heeft er belang
by, het getal zyner onderhoorigen zoo laag mogelyk te doen schynen,
niet zoozeer om daardoor den druk van verplichte dienst en levering te
verligten, als wel om meer dienst en levering voor zichzelf te kunnen
vorderen. Wie waarheid wil benaderen, kan de officieele opgaven gerust
met 10 percent verhoogen.


37. _Uitgewekenen naar_ Tjikandi _en_ Bolang. De bevolking der
partikuliere landeryen in 't Bataviasche en Buitenzorgsche bestaat
voor 'n groot deel uit lebaksche vluchtelingen. "_Als er in Lebak niet
gekneveld wordt_, heb ik 'n landheer hooren zeggen, _hebben wy gebrek
aan volk_."


38. _Pisang_: banaan. Hoe 't komt dat deze laatste (_west-indische_)
benaming in 't _oost_-indisch Nederland beter bekend is dan 't woord
_pisang_, begryp ik niet. Ook is 't my een raadsel, vanwaar de
engelschen hun woord: _plantain_ halen. Het getal soorten der
_pisangs_ wordt op driehonderd geschat. Zie overigens noot 28.


39. _Hollander_. Ieder blanke heet by den inlander: _orang hollanda,
wolanda, belanda_, om 't even. Op hoofdplaatsen maken ze nu-en-dan een
uitzondering op dezen regel, en spreken van _orang ingris_ of _orang
prantjies_, d.i. engelschen of franschen. De duitscher heet soms:
_orang hollanda goenoeng_, nam. berg-hollander, hollander uit de
binnenlanden.


40. _Opvatting van 't begrip: beschaving_. De Europeaan vergist zich
in de meening dat de hoogere beschaving waarop hy roemt, overal als 'n
axioma wordt aangenomen. Ook hierin dat hy werkelyk in alle opzichten
beschaafder _is_. Ik zou veel voorbeelden kunnen aanhalen, die van
onzen beweerden roem te dezer zake een vraagstuk maken, en enkelen die
hem stempelen tot onwaarheid. Het praedikaat dat liplappen en inlanders
den Europeer geven, is: _ongewasschen_. Men zie hierover blz. 53 van
"_Nog eens Vryen-arbeid_" en _Idee_ 372. Ook _Idee_ 587 (nieuwe nummering)
kan den waarheidsvriend op den weg brengen om te onderzoeken hoeveel
boekerigheid en konventie er schuilt onder onze opvatting van 't woord:
_beschaving_. We gelyken hierin vry nauwkeurig op zekere inlanders, die
zich niet kunnen voorstellen hoe 'n beschaafd mensch genoegen neemt met
witte tanden. _Tjies, selakoe andjing!_ zeggen ze, d.i. "foei, net als 'n
hond!" Elders wordt het voor onbeschaafd gehouden, geen ebbenhouten schyf
in de gespleten onderlip of in de oorlappen en geen ring in 't jukbeentje
van den neus te dragen. Er zyn streken in Insulinde waar de beschaving
zich openbaart ... hoe zal ik my uitdrukken? Komaan, ethnologie mag niet
belemmerd worden door preutsheid! Die mannen dragen in 't uiteinde van
den _penis_ een ebbenhouten dwarsspalk, ten welken einde reeds op zeer
jeugdigen leeftyd dat lichaamsdeel doorboord wordt. By die dwazen gaat
het plegen van den _coitus_ zonder zoodanig ornament, voor ...
beestachtig door. _Selakoe andjing_ alweer, denk ik. Hoe bespottelyk
dit zy, de onbevooroordeelde moet erkennen dat wy de woorden _dierlyk_
en _beestachtig_ dikwyls even ongepast gebruiken.


41. _Maatschappelyk standpunt van den liplap_. Het is de vraag of
Nederland, nu eens zoogenaamd-politisch gesproken, wysgeerig en
onbekrompen handelen _kan_? Officieele gelykstelling van den liplap
zou misschien 'n bevolking in het leven roepen, die gevaarlyk worden
kon voor 't nederlandsch gezag. Vanhier dan ook 't aanhoudend geknoei
met bepalingen die--hoe ook bemanteld--geen andere strekking hebben
dan om aan 't echt europeesch element den boventoon te verzekeren.
Ik doel hier op de, voor zeeroovers niet onaangename afschaffing der
_Koloniale Marine_. Op 't eindeloos geknutsel met 'n zoogenaamd
_Radikaal_. Op de instellingen van Onderwys in Nederland, en den
daaruit voortvloeienden, door indische ouders al te pynlyk gevoelden
dwang om hun kinderen naar Europa te zenden. En eindelyk: op 't door
dit alles kunstmatig in 't leven gehouden, voor Insulinde zoo hoogst
verderfelyk _absenteismus_! Juist dit is de eisch onzer op immoreele
gronden gevestigde overheersching, dat we niet "wysgeerig en
onbekrompen" handelen _kunnen_ zonder ons belang in de waagschaal
te stellen.

_Das eben ist der Fluch der boesen That,
Dass sie fortzeugend Boeses muss gebaehren_.


42. _Patteh, Kliwon, Djaksa_: inlandsche Hoofden. De _Patteh_ staat
den Regent ter-zyde als sekretaris, boodschapper, faktotum. De
_Kliwon_ is tusschenpersoon tusschen het Bestuur en de dorpshoofden.
Gewoonlyk heeft hy 't opzicht over gemeentelyke publieke werken,
verdeeling van wachtvolk, regeling van heeredienst, enz. De _Djaksa_
is officier van politie en justitie.


43. _Gongs en Gamlang_: muziekinstrumenten. De _Gong_ is 'n zwaar
metalen bekken dat aan 'n koord hangt. Men bespeelt den _Gamlang_ als
onze glasharmonika's of als 't bekende _hout-en-stroo_-instrument.
Ik had op deze plaats in den tekst wel tevens van _Ankloeng_ mogen
spreken, zynde een roosterachtig toestel met bekkens die op gespannen
koorden liggen. Het verdient opmerking dat de benamingen van al deze
instrumenten onomatopeen zyn. De _Gong_ klinkt forsch. _Ankloeng_ en
_Gamlang_ (gamelan) daarentegen zacht en liefelyk, maar zeer
melancholisch.


44. _Ergernis over tegenwerking_. By den Gouverneur der moluksche
eilanden, een zeer verdienstelyk man die in z'n pogingen tot herstel
van 't gefnuikt gezag werd belemmerd door de kommiezery der
Buitenzorgsche sekretarie, wekte deze ergernis noodlottig. Onder de
oogen van den onbekwamen Van Twist, die natuurlyk geheel aan den
leiband liep van die bureaukratie, maakte hy door 'n sprong in den
waterval te _Tondano_ (_Minahassa van Menado_) 'n eind aan z'n leven.


45. _Havelaars officieele loopbaan_. Reeds in Augustus 1851 was ik
aan de Regeering voorgedragen tot Resident. Ook werden de funktien die
ik te _Amboina_ vervulde, weinig tyd na myn vertrek aan 'n _Resident_
opgedragen.


46. Ik verzeker den lezer dat het my thans (1881) meer nog dan vroeger
tegen de borst stuit, my op publiek terrein te bewegen. Toen ik op m'n
veertigste jaar myns ondanks daartoe gedwongen werd, had ik in de hoop
op eenig succes een bondgenoot tegen den afkeer die elke aanraking met
_Publiek_ my veroorzaakt. Na de ervaring van den uitslag myner pogingen
is m'n walg sterker dan ooit.


47. _Herbergiersrekening_. Men mocht aan de Regeering der Vereenigde
Staten 83 nederl. centen daags in rekening brengen voor 't onderhoud
van 'n schipbreukeling, onverschillig of de man Gezagvoerder of
Matroos was. Onder die vermeende schipbreukelingen waren de meesten
niet veel beter dan zeeschuimers. De Amerikanen hebben voortdurend 'n
duizendtal _Whalers_ in de indische zeeen, en de bemanning dezer
schepen is 't uitschot van de Natie.


48. _Overgrootvader myner kinderen_. Z'n naam staat op 't voetstuk van
den Leeuw te Waterloo.


49. _Apanage der Vorsten van Turn en Taxis_. Is na de groote
veranderingen van '66, door de duitsche Ryksregeering voor ettelyke
millioenen afgekocht.


50. _Reve aux millions_. Nu, 'n _reve_ was 't eigenlyk niet. De
aanspraak is verjaard, en 't lust me nog altyd niet, den zeer
interessanten familieroman te behandelen, die hiermee samenhangt. Ook
stuit ikzelf, vooral ten-gevolge van den diefstal der bescheiden
waarvan ik in den tekst melding maak, op eenige duisterheden. Toch is
't voor my van belang, hier te doen opmerken dat sommige personen en
familietakken die de hier aangeroerde byzonderheden beter begrypen dan
de gewone lezer, onder de venynigste vervolgers van Havelaar behoorden.
Hun belang bracht mee dat hy niet aan 't woord kwam, of althans niet in
de gelegenheid om zekere mysterien te ontsluieren.


51. Deze zinsnede is door zekeren Q in de _Arnhemmer Courant_
aangevoerd als bydrage tot de blyken myner onzedelykheid! En die
verraderlyke manoeuvre werd door Dr Van Vloten toegejuicht, evenzeer
als Q's mededeeling dat ik m'n "tyd doorbracht met ... bittertjes
drinken, biljardspelen en 't rooken van geborgde sigaren." Ik vraag of
de _viesheid_ waarvan ik sprak op blz. 350 (zie alinea die begint met:
"Maar jammer is 't!", M.D.), gerechtvaardigd is? Waarmee brengt zulk
volk z'n tyd door?


52. _Sebah_. De beteekenis blykt uit den tekst. Ik weet niet of 't
woord 'n verbastering is van _pasehbah_, 'n gebouw, dat wel zou kunnen
genomen worden voor de plaats waar men dergelyke vergaderingen houdt.


53. _Bantan-Kidoel_: Zuid-Bantam. De _m_ waarmee wy 't woord _Bantam_
sluiten, is niet korrekt. De naam is: _Bantan_. _Mantrie_: opziener.
_Dhemang_: distriktshoofd. In centraal en oostelyk Java heet deze
beambte _Wedhono_.

De schryver van een fransch werk: _Felix Batel_, waarin de _Havelaar_
wordt nageschreven, en--tegen de bedoeling van den auteur,
voorzeker!--geparodieerd, verraadt o.a. z'n letterdievery door in den
javaschen Oosthoek waar hy z'n stuk spelen laat, van _Dhemangs_ te
spreken. Dit klinkt ongeveer als ... _grietman van Utrecht_. In dat
werk gaat de zon op, _juist zooals dat werd waargenomen door Saidjah_.
Ook de buffel-epizode wordt letterlyk overgenomen, en de auteur heeft
de goedheid te erkennen dat dit voorval _ook_ door zekeren Multatuli
beschreven werd. Welnu, die _Felix Batel_ is door nederlandsche
recensenten uitvoerig behandeld, doch nergens vindt men 'n spoor van
protest tegen dien onbeschaamden diefstal! Ik noem dit even slecht als
de piraterie zelf. Als 'n vreemdeling zich de eer aanmatigde der
diepzinnige uitvinding van 't haringkaken, zou men moord en brand
schreeuwen, maar de "nationale eer" kan wel verdragen dat Havelaar
bestolen wordt. Bepaalde zich de oneerlykheid maar tot litteratuur!
Maar ook op maatschappelyk, politisch en wysgeerig terrein loopt ze
tot in 't onbegrypelyke. De natie kan nog altyd niet _lezen_. Of _wil_
ze niet verstaan wat men haar te lezen geeft?


54. _Bandoeng_: afdeeling, regentschap of adsistent-residentie in de
Preanger-regentschappen.


55. _Patjol_: houweelachtige spade.


56. _Banjirs_. Omtrent deze natuurverschynselen verwys ik naar 't
stukje: "_Wijs mij de plaats waar gy gezaaid hebt_" een geschrift dat
aan dezen regel uit den _Havelaar_ z'n naam ontleende.


57. Zie Noot 37.


58. _Dessah_: dorp. Elders: _kampong_ en _negrie_. De inlandsche
oorsprong dezer beide laatste woorden--javaansch, soendasch of
maleisch dan--komt me verdacht voor.


59. _Opstandelingen in de Lampongs_. Er bestaat 'n brochure over de
hier bedoelde expeditie, welker titel ik niet kan opgeven. Ze is
waarschynlyk van '61 of '62, en werd, meen ik, geschreven door den
kommandant onzer troepen. Die schryver loochent dat er veel lebaksche
uitgewekenen waren onder de door hem bevochten opstandelingen. Ik houd
evenwel m'n opgaaf staande, en beroep me op 't getuigenis der
officieren die onder hem aan dien veldtocht deelnamen. Juist door een
hunner heb ik m'n bewering met 'n zeer sterke uitdrukking hooren
bevestigen. Er was 'n tyd dat het ontkennen myner assertien zekere
welgezienheid in den Haag meebracht, en daaraan schreef die officier
toe, wat hy in z'n gewezen kommandant plompweg 'n: "vervloekt gemeene
leugen" noemde. Indien me had mogen blyken dat Nederland belang stelde
in waarheid, zou ik sedert lang bewyzen geleverd hebben. Maar 't is
vervelend pleiten voor 'n rechtbank die verzot is op leugens.


60. _IJd_ en _eit_. Dit Nootjen is van den heer Van Lennep. Als
aardigheid kan het er door, maar in de oogen van 'n volwassen mensch
is dat _purisme_ op 't rym waarlyk komiek. Laat de Zeeuwen op z'n
zeeuwsch, de Friezen op z'n friesch rymen! En wie in 't geheel niet
rymt, doet ook goed, ja ... beter nog! By Goethe en Schiller rymt
_Ritter_ op _Jezuiter_, _ehren_ op _waehren_, _Kaiser_ op _weiser_,
_fuehren_ op _probiren_, enz. Boileau koppelt _audace_ aan _Parnasse_,
_pucelle_ aan _modele_, e.a. De sop is de kool niet waard. Jammer maar
dat nog altyd zoo velen hun wysheid over dergelyke kinderachtighedens
aan den man weten te brengen als _Letterkunde_ en zelfs als _poezie_!


61. _Maniessan_: zoetigheid, konfituren. Het gebruiken hiervan by de
thee is van chineschen oorsprong.


62. _Distriktshoofd van Parang-Koedjang_. Hy was schoonzoon en
handlanger van den Regent. Ten zynen huize werd myn voorganger
vergiftigd.


63. _Kleeding van den Djaksa_. Deze inlandsche ambtenaar was 'n
Javaan--geen Soendanees--en daarom eenigszins anders, en opzichtiger,
gekleed dan de Hoofden die te Lebak thuis hoorden.


64. Onder de titels van den Gouverneur-generaal behoort ook die van:
_Opperbevelhebber van Zr Ms Zeemacht beoosten de Kaap de Goede Hoop_.


65. Deze aanspraak aan de Lebaksche Hoofden wordt, naar my van vele
zyden bleek, vry algemeen gewaardeerd. Waarom keurde men dan
Havelaar's _handelingen_ die daarmee stipt overeenstemden, geen
aandacht waard?

Om te beoordeelen in hoever ik by 't benaderend in druk geven van die
ongeschreven toespraak kan afgeweken zyn van _stipt-letterlyke
waarheid_, is 't misschien niet onbelangryk toon en inhoud daarvan te
vergelyken met zeker stuk van eenige jaren tevoren. Ik bedoel de
Publikatie aan de Inl. Hoofden der Minahassa van 1 April 1851, waarin
naar ik meen dezelfde geest heerscht. Het Weekblad "_Oost en West_" en
daarna de _Spectator_ (26 Juli 1879), namen 't over uit de indische
couranten die dat dokument de moeite der reproduktie hadden waard
gekeurd, misschien wel om de velen terecht te wyzen die voorgeven den
_Havelaar_ te ontkrachten door 't boek voor 'n _fiktie_ uittemaken.
Bedoelde Publikatie is 'n _officieel stuk_ en heeft niets te maken met
romanschryvery. Ik noodig den lezer uit, het aangehaalde nummer van
den _Spectator_ intezien, en zich de vraag voorteleggen of 't billyk
is dat ik ruim dertig jaar na 't schryven van de daarin meegedeelde
Publikatie, nog telkens door den eersten den besten kwajongen
straffeloos word uitgescholden? (_Zie voorts over dit onderwerp de
Noten 101 en 115._)


66. _Mintah ampong_: ik vraag verschooning.


67. _Sienjo_, dikwyls verkort tot _njo_: jongeheer. Velen meenen dat
dit woord van portugeschen oorsprong is, vooral ook omdat de
afstammelingen van Portugezen, die nog altyd te Batavia 'n
eigenaardige kaste uitmaken, in de wandeling _Sienjo_'s genoemd
worden. Toch is deze etymologie twyfelachtig.


68. _Verbrugge wist het!_ Nog altyd ben ik in 't bezit van een briefje
dat hy my deed toereiken op 'n oogenblik dat ik met den Regent in
gesprek was, en waarin hy my--onder uitdrukkelyk verzoek hem niet te
noemen--uitnoodigde dat Inlandsch Hoofd eens onder handen te nemen
over de "misbruiken." Het overbodige van dit verzoek laat ik nu daar.
Er blykt uit:

1) dat myn bezwaren geen gevolg waren van persoonlyke zwartgallige
opvatting.

2) dat myn onderzoekingen zeer omzichtig plaats hadden, zoo zelfs dat
de vreesachtige Verbrugge meende grond te hebben my aantezetten
tot wat yver.

Belangstellenden--zyn er die?--kunnen 't bedoelde briefje van den
kontroleur ter inzage krygen.


69. _Tjiandjoer_. Iets later spel ik dezen naam van de hoofdplaats der
Preanger-regentschappen eenvoudig: _Tjanjor_, zooals 't woord in
dagelyksch spraakgebruik luidt. Ook elders achtte ik my ontslagen van
de poging om by 't spellen van inlandsche namen, het _geschreven_
javaansch of maleisch in onze karakters natebootsen. Ik schryf alzoo
voor: _aoerang, orang_. Voor: _prahoe, prauw_. Voor: _kahin, kain_,
enz. We hebben immers hier niet te doen met puristische _spelling_? De
eisch is 't weergeven--by benadering altyd--van den _klank_ zooals die
onder Europeanen in Indie gebruikelyk is.


70. _Djimats_ zyn briefjes of andere voorwerpen die uit den hemel
vielen om geestdryvers en boerenbedriegers aan 'n geloofsbrief te
helpen. _Tout comme chez nous!_ 't Getal der leveranciers van
Goddelyke Openbaringen is zeer groot, en apostelen en profeten van
deze soort zyn in geheel Azie nog altyd aan de orde van den dag.
't Verschil by vroeger eeuwen is maar dat ze tegenwoordig wegens
landloopery worden gestraft, en wel door dezelfde menschen die hun
voorgangers in vagabondage als Heiligen vereeren. Ziedaar nu 'n
stuitend gebrek aan rym in _myn_ oog!


71. _Garem glap_: smokkelzout. Het maken en verkoopen van zout is in
Indie _regie_. Er werd inderdaad aan de zuidkust van _Lebak_ veel zout
gemaakt, en 't was die arme menschen niet zeer kwalyk te nemen, als
men bedacht dat ze soms vele mylen te loopen hadden om 'n Gouvernements
debietplaats te bereiken, waar ze hoogen prys moesten betalen. My komt
het monopolizeeren van den zoutaanmaak onredelyk voor, en vooral wreed
jegens strandbewoners wien 't zeezout in huis spoelt.


72. Ook de hier bedoelde nota's van m'n vermoorden voorganger zyn nog
altyd in m'n bezit. Nooit vroeg iemand my, die te mogen zien. Me dunkt
toch dat ze, vooral met het oog op z'n dood, zeer treffend zyn. Zou
niet die zaak in elk ander land voor 'n _cause celebre_ gegolden hebben?


73. Ook de hier bedoelde brieven bezit ik nog, doch slechts in
afschrift, dat evenwel door den toenmaligen klerk te _Lebak_ "_als
eensluidend met het origineel_" gewaarmerkt is.'t Was nooit iemand de
moeite waard er naar te vragen.


74. _Voornemen den Regent z'n voorschot kwytteschelden_. Dit is, na
het door den Gouv. Gen. Pahud ingesteld onderzoek werkelyk geschied.
Ook meen ik dat by die gelegenheid z'n traktement verhoogd is. Men
moet erkennen dat hierin een zonderlinge wys van rechtdoen omtrent
_my_ gelegen was! De gebleken gegrondheid myner aanklacht moest niet
my ten-goede komen, maar den persoon die door my was aangeklaagd.


75. _Abraham Blankaart te hollandsch voor 'n Duitscher_. En ... voor
het tegenwoordig geslacht van Hollanders misschien ook. Hoevelen myner
lezers kennen die aardige figuur uit _Sara Burgerhart_?


76. Deze boutade tegen de orthodoxen mag, dunkt me, aanleiding geven
tot de opmerking dat de modernen, de liberalen, de ... meer
verlichten--en zelfs de _ware_ vrydenkers--wel 'n voorbeeld mochten
nemen aan zekere oprechtheid van geloof, die zich by hun tegenstanders
in _daden_ openbaart. Indien er door sommigen even gul werd bygedragen
tot het verspreiden van licht, als door anderen tot het verdikken van
duisternis, zouden we sedert lang 'n groote schrede verder zyn. Zouden
de _geloovers_ my hebben laten zwerven en derven zooals 't geval
geweest is, indien ik _hun_ denkbeelden had aangehangen en verkondigd?
Immers neen. Hoera voor de oprechte geloovers!


77. _Ketimon_. Augurken, komkommers.


78. _Die geleerden!_ Een der nieuwste snufjes op 't gebied der
chemische voedingsleer, is van professor _Virchow_. Die scheikundige
beweert nu dat er niet de minste voedingskracht in bouillon zit. Ik
stel voor, hem op 'n dieet van uitgekookt vleesch te zetten, waarmee
hy zeer geleerdelyk tevreden wezen moet.


79. _Moliere_. Ik stel dezen auteur thans veel minder hoog dan
vroeger, doch bewaar m'n opmerkingen dienaangaande voor 'n monografie
over dramatische litteratuur, waarvoor in deze _Noten_ geen plaats is.


80. _Miss Mata-apie_: juffer vuur-oog.


81. _Fotheringhay_. In sommige vorige drukken staat herhaaldelyk
_Fothineray_, 'n lapsus van den heer Van Lennep. In 't handschrift
stond noch 't een noch 't ander, maar: _Tower_. Dat was 'n lapsus
van _my_.


Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30