A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z

- Links

Thrilling Holiday Gift Book: A Controversial, True Story - One Man Caught in U.S. Government Psychic Spy Experiments
SACRAMENTO, Calif. -- The ideal Christmas gift for those intrigued by governmental conspiracy, OPERATION BLUE LIGHT: My Secret Life Among Psychic Spies (Cherubim Publishing, ISBN 978-0-9816024-0-0), is one of the most scintillating memoirs ever to be written. A true story of deception and subterfuge, it took Philip Chabot 40 years to tell us about his amazing experience.

New Children's Book from Jeremy Zilber Lets Kids Know 'Mama Voted for Obama!'
MADISON, Wis. -- Building on the success of 'Why Mommy is a Democrat,' author and political activist Jeremy Zilber announces the release of his third self-published children's book, 'Mama Voted for Obama!' (ISBN: 978-0-9786688-2-2). With its Seuss-like use of repetition, rhythm, and rhyme, Mama Voted for Obama offers a whimsical celebration of Obama's historic presidential campaign while providing his supporters an entertaining way to let their kids know how they voted in 2008.

Epic Fantasy Book Series Website Honored in 2008 National Best Books Awards
LANCASTER, Texas -- The Green Stone of Healing(R) epic fantasy website is among the finalists of the 2008 National Best Books Awards sponsored by USABookNews, HealingStone Books announced today. The award-winning website is honored in the Best Website Design category. The site provides much-needed background for a complex saga packed with romance, intrigue, mysticism, and adventure.

Specialiteiten - Multatuli

M >> Multatuli >> Specialiteiten

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13

SPECIALITEITEN

DOOR

MULTATULI




"THE RIGHT MAN ON THE RIGHT PLACE"


"_Het doet me groot genoegen dat er van dit werkjen 'n tweede druk
gevraagd wordt. En, ronduit gezegd, het viel me tegen dat die niet
sedert lang noodig was. 't Zal me waarlijk 'n groote voldoening wezen
als deze uitgaaf wat spoediger uitgeput raakt dan de eerste, want--zoo
onbescheiden als men wil, maar heel oprecht--ik geloof met zekeren my
onbekenden recensent in den_ Spectator, _dat er uit deze studie over
Specialiteiten wel iets zou te leeren vallen voor Volksvertegenwoordigers,
Kiezers en ... sommige anderen_."

Bovenstaande regelen maakten in 't najaar van 1875 den hoofdinhoud uit
van het "_Voorbericht_" waarmee deze tweede druk van m'n opstel over
Specialiteiten in 't licht verschynen zou. Velerlei verdrietige
omstandigheden maakten my het afwerken der in datzelfde _Voorbericht_
toegezegde "Noten" tot-nog-toe onmogelyk.

Bovendien werd me van vele zyden onder 't oog gebracht dat het voor de
koopers van den eersten druk myner werken niet aangenaam is, de volgende
uitgaven daarvan al te zeer uitgebreid te zien.

Na vriendschappelyk overleg met m'n uitgever, verschynt nu deze tweede
druk zonder die noten, en--op weinige min belangryke uitzonderingen
na--_onveranderd_.[1] De toelichtingen die me geschikt voorkomen tot
verdere staving van de juistheid der hoofddenkbeelden waaraan dit
werkje z'n oorsprong te danken heeft, zullen _zoo spoedig mogelijk_
afzonderlyk worden uitgegeven.

Het is my onmogelyk dit berichtje te sluiten, zonder melding te maken
van de echt-humane wyze, waarop ik in deze zaak door den heer WALTMAN[2]
behandeld werd.

Met zachtmoedig geduld droeg hy den last en de schade die myn gedurig
uitstellen hem berokkenden, zonder ooit de verdrietelykheden die van
dat dralen oorzaak waren, te vermeerderen door afdoening te vorderen
op 'n wyze als waartoe hy van _zyn_ standpunt volkomen gerechtigd zou
geweest zyn. Hartelyk dank!

_Wiesbaden Oktober_ 1878. MULTATULI.


Noten:

[1] _Een maand later_. Onder 't gereedmaken van m'n werk voor de pers,
bleek me dat ik myn hier geuit voornemen maar gedeeltelyk volbrengen
kon. De bydrage tot de physiologie van kamerdienaars, is nieuw. Het
viel my te zwaar die satyre achtertehouden ... er stonden zooveel
knechts op 'n spiegeltje te wachten!

Ook op andere plaatsen heb ik my aan eenige toelichting en uitbreiding
schuldig gemaakt, zonder nu te spreken van de moeite die ik me gaf om,
door 't omwerken van zinsneden die my in 't oorspronkelyke niet
korrekt voorkwamen, de uitdrukking beter in overeenstemming te brengen
met de gedachte. Of die moeite steeds met goed gevolg bekroond werd,
is 'n verdrietige vraag die ik liever niet beantwoord. Het is nu
eenmaal zoo, dat ik hier en daar iets veranderd en bygevoegd heb, en
daarvoor vraag ik met 'n beroep op IDEE 112 verschooning aan de
koopers van de eersten druk.

De uitbreiding en de veranderingen die ik my veroorloofde, zyn evenwel
geenszins van dien aard dat zy de _Noten en Toelichtingen_ overbodig
maken, waarvan ik in bovenstaand berichtje gesproken heb. Ik meen ze
grootendeels gereed te hebben, maar weet by ondervinding dat ik by 't
overgeven van m'n werk aan de pers, gewoonlyk de behoelte aan
omwerking inzie. Voor dien arbeid is gezondheid, stemming, _loisir_
noodig. Zoodra ik kan!

MULT.

[2] De uitgever van den 2en druk, J. WALTMAN JR., te Delft. (Nota der
uitgevers van den _vierden_ druk).



The right man on the right place.




I.


Na _Carnaval de Venise_ en Duitsche eenheid, zal men moeielyk
afgezaagder thema vinden dan dit arme mishandelde motto. Wanneer ik nu
nog bovendien verklaar, niet volkomen zeker te zyn dat ik de zaak van
Dr. DIBBETS onaangeroerd zal laten, en zelfs beloof hier-en-daar iets
te zeggen over vaderlandsche welzynen, volksheilen en zulke zaken, dan
zal men hoop ik inzien ditmaal niet te-doen te hebben met een der
"_exentrieke stukken, gelyk men gewoon is van dien schryver te
lezen_." Een kwalifikatie welke ik aanbeveel in de aandacht van
referenten die geen kans zien zoodanig stuk van zoodanigen schryver
behoorlyk te ontleden. Dit zy gezegd zonder minachting voor andere
middelen die niet minder efficace werken, het zwartmaken byv. van des
schryvers karakter. In beide gevallen kan men de moeite van 't
kennisnemen, doorgronden en beoordeelen der behandelde zaak sparen en,
niets zeggende, zich aanstellen alsof men iets gezegd had.

--Wel, kapitein, hoe bevalt u Amboina? vroeg onze goeie majoor
HARTZFELD den Hollandschen gezagvoerder van 't schip dat my zou
overvoeren naar Europa.

--Wat zal ik je zeggen, m'nheer! Amboina? Och, Amboina is ... 'n
eiland.

--Wel, referent, wat heeft die schryver geleverd?

--Wat zal ik u zeggen, Publiek. Die schryver is excentriek.

De goede majoor HARTZFELD toonde zich tevreden uit bescheidenheid. Hy
eischte van m'n kaptein geen gemotiveerde analyse van den indruk dien
't hoogst-interessante Amboina op hem maakte. En ook "Publiek" is
tevreden met z'n referent, al zy 't dan niet heel bescheiden zoo'n
armen schryver doodteslaan met een slag.

Hebt ge er wel eens aan gedacht, Nederlanders, hoe excentriek de
schoonste stukken uit uw Bybel zyn?

Nu, _ik_ zal 't niet wezen. En daarom de zaak DIBBITS-KEER! En daarom
dat versleten motto! En daarom ook die uitweiding over excentriciteit,
een der meest afgezaagde minst excentrieke dingen van de wereld ...
zaak, woord en uitweiding daarover, alle drie.

Wie heden-ten-dage iets te zeggen heeft, waarby _the right man on the
right place_ kan worden te-pas gebracht, maakt zich waarlyk niet
schuldig aan ongewoonheid. Men zegt--maar hier moet ik ernstig
aandringen op geheimhouding--men zegt dat ergens in ons land zekere
redakteur bezig is met het schryven van 'n hoofdartikel, waarin dat
testimonium van het hedendaagsch _savoir faire_ maar driemaal zal
voorkomen. Indien 't hem gelukt, zal hy daarna z'n krachten beproeven
aan 'n verhandeling zonder klinkers. Daar ziet hy kans toe. Maar 't
andere ...

Van jongs-af lette ik vry nauwkeurig op eb en vloed van modewoorden.
Ik herinner me den tyd toen "_bluf_" geboren werd. De lezer ziet hoe
goedig ik hem gelegenheid bied tot goedkoope spotterny. Ik heb de
woorden "_type_" "_humor_" en "_genie_" in de kindsheid hunner
populariteit gekend. "_Bepaald_" is jonger. Een der nog jongeren is
"_intens_" om nu van "_objektief_" en "_subjektief_" niet te
spreken ...

* * * * *

Tot m'n schaamte moet ik erkennen dat m'n omgeving niet gedistingeerd
genoeg was, om my in-staat te stellen tot het genieten der _primeur_
van _Engelsche_ stopwoorden. Een beetje Fransch, wat school-of
studenten-latyn, een tot den huiselyken kring doorgedrongen
straatterm--men kan z'n ooren niet sluiten--was alles wat my in m'n
jeugd voortgezet werd. De Engelsche praatjes uit dien tyd bepaalden
zich tot _the devil is an ass take a basket and save the pieces of
your soul_, en Yankee Doodle's klacht: _he couldn't find the town, he
saw too many houses_. Later, veel later, ontvingen we uit Amerika
Jonathan's raadgeving aan z'n zoon: "_Be honest my boy, be honest if
possible, but ... make money_!" Maar dat komt hier eigenlyk niet
te-pas, want in die les steekt praktisch nut. Vandaar dan ook dat ze
zelden wordt aangehaald. Men stopt haar weg om niet uit de school te
klappen, waaruit schynt te blyken dat de diepte van den zin den opgang
der verraderlyke klanken in den weg staat. Zinledige praatjes als de
aangehaalde, hoe flauwer hoe liever, hebben meer kans op populariteit.
Ze waren dan ook _sans malice_. Men gebruikte ze op z'n juffrouw
Pieterse's "om zoo iets te zeggen." Men maakte er geen "eerst
beginsel" van, waarop--onder andere zaakjes--de heele schepping
berustte. Men spon er geen hoofdartikels om heen. Men borduurde er
geen tableau van wysheid of moraal op. Men sausde er geen smakeloos
krantengerechtje mee ...

Onschuldige jeugd!

* * * * *

Toch excentriek!

De inkleeding ... misschien! Maar overigens ... Lezer, ik koos m'n
eigen manier om u voortebereiden tot het betoog dat de uitdrukking:

_the right man on the right place_

ten-onzent is afgedaald tot 'n armzalig vulsel, tot 'n _scie_, tot 'n
stopwoord. Neen, tot iets ergers ... tot 'n onwaarheid. Help my de
dagen terugwenschen van den goeden Yankee, wiens liedje geen kwaad
stichtte. Dat rymloos rympje van den rechten man op de rechte plaats,
sticht wel kwaad.

* * * * *

Indien al de hoedanigheden--of de hoogst bereikbare maat daarvan--die
'n veldwachter behooren te versieren, vereenigd worden aangetroffen in
de persoon van X, dan juich ik--in de veronderstelling dat ik me
verbeeld op de hoogte te zyn--zoo luid als iemand de benoeming van
dien X tot veldwachter, toe. Men moet 'n ongeneeslyk melancholikus
wezen, of al zeer weinig tyd hebben, om by zoo'n gelegenheid niet
meetejuichen. In dezen zin alzoo durf ik 't Engelsch _dicton_ niet
aanvallen. Ik buig me voor de diepzinnige waarheid, dat'n zwaard past
in z'n scheede, en 'n sleutel op 't slot waarbydi behoort. Dat 'n
kraamkind in de wieg moet liggen--al blyf ik protesteeren tegen 't
schommelen. Dat die X veldwachter wezen moet, en z'n neef Y lid van
'n invloedryk matigheidsgenootschap. Ook dat minister Z verdiende
bevorderd te worden tot ambteloos burger ... altemaal _right things on
their right places_, of _disederata_ daartoe strekkende.

Maar eilieve, we zullen toch niet van Engelsche wyzen hoeven te leeren
dat men geen kraamkind veldwachter maakt, dat minister Z op geen enkel
slot past, en dat men Y z'n roes niet kan laten uitslapen in 'n wieg?
Dit alles wisten wy reeds in Yankee's tyd, en zelfs voor WILLEM den
Veroveraar. Ik bedoel den Normandischen WILLEM.

Er moet dus in dat gezegde _over de juiste plaatsing van personen_
--tenzy daarin geen zin hoegenaamd ligge--iets verscholen zyn, dat de
geestelyk-geringe man niet zoo terstond vat, en deze meening wordt
bevestigd door de koppigheid waarmee men die uitspraak handhaaft in
't bezit der bewyzen van haar Engelschen oorsprong.

De uitstekende X is dus veldwachter geworden.

--Dat doet me genoegen. Hy was twaalf jaren lang 'n voorbeeld van
dragondertrouw, geloof ik.

--Hm! Dat is nu juist de reden van z'n benoeming niet. Hy reed nooit
te-paard.

--Hy heeft veel vrouwen en kinderen ...

--'t Kan zyn. Maar niet daarom werd hy aangesteld.

--Hy is "finaal" vry van sterken drank.

--'t Is mogelyk. Maar ... je bent er nog niet.

--Hy heeft weinig vrouwen en geen kinderen, maar zal trouwen met de
keukenmeid van den burgemeester?

--Dat is zyn zaak. Niet daarom is hy benoemd.

--Hy gebruikte Theophile's wonderbalsem. Z'n knevel zal alle dieven en
jachtstroopers schrik inboezemen.

--Mis!

--Ik geef 't op.

--Onnoozele! Raad nog eens!

--Hy, hy, hy ... ik weet het waarlyk niet.

--Och, m'n waarde oudmodische gearriereerde allerbeste vriend ... je
bent honderd jaar ten-achter. X is ... _the right man on the right
place!_ Dat 's wat anders dan vrouwen, kinderen, knevels en 'n
keukenmeid!

Wie nu nog minder Engelsch verstaat dan 'n gepensioneerd Gouverneur-
Generaal, zou byna in verzoeking komen te gelooven dat die woorden
een onvertaalbaar tooverformulier inhouden, 'n verzekering dat X z'n
benoeming aan de wondervolle tusschenkomst van 'n beschermengel te
danken had, die in droomgezicht of donderwolk den burgemeester
verschenen was ...

Niets van dat alles. De heele zaak komt hierop neer, dat X geschikt
werd geacht voor die betrekking.

Eilieve, waarom drukken wy zoo'n eenvoudige begrypelyke Hollands-
menschelyke zaak in vreemde taal uit?

* * * * *

Ik herinner me hoe in 1842 de vriendin eener dame te Padang, die over
haar geringe afkomst werd gehekeld ...

"Haar vader was trompetter" had men beweerd.

... hoe die vriendien party-trok voor de gehoonde afwezige, met 'n
heftig:

Ja, maar ... 'n _Engelsche_ trompetter!

Daarover werd gelachen. Men vond de verdediging even zot als de aanval
dom en kwaadaardig was. Doch, ik vraag u, Nederlanders, U die aldus
"volkerenwysheid" borgt van den vreemdeling, of ge niet wat al te
gastvry zyt in het onthalen van 't Engelsch trompetterskind dat we
hier onderhanden hebben genomen om 't 'n fatsoenlyke begrafenis te
bezorgen? Komaan, ik stel u voor, alle kinderen even lief te hebben
--van trompetters en anderen--maar juist daarom geen onverdiende
hoogheid toetekennen aan vreemd kroost, en vooral niet _omdat_ er wat
trompetterigs bykomt.

Laat ons eenvoudig zyn, en nu-en-dan--als het te-pas komt, waarom
niet?--vorderen dat _ieder_ en _alles_ op de plaats zy, waarvoor _hy_
en _het_ geschikt zyn. En laat ons dit doen zonder 'n ophef alsof we
de diepzinnigste waarheid van de wereld verkondigen. Laten we daarby
de _leugen_ vermyden, klaterwaarde van _citaat_ optedringen aan 'n
uitspraak, zoo huisbakken-eenvoudig dat er geen geklater, geen
Engelsch en vooral geen trompet--ik spreek nu niet van hoofdartikel-
schryvery--by te-pas komt.

* * * * *

Indien ik hier m'n uitval tegen de pretentieuze afkomst van die
Padangsche dame besluiten mocht, had de heele uitval achterwege kunnen
blyven. Ik heb betoogd dat men zeer goed in 't Hollandsch zeggen en
doordryven kan, dat het nuttig is, ieder te plaatsen waar hy naar
gaven, karakter, fortuin, ouderdom, enz., tehuis behoort. En ... dat
men zich daarby niet behoeft te beroepen op exotische wyzigheid.
Welnu, ik mag na dit allergemakkelykst betoogje, _niet_ van dat
onderwerp afstappen. Want ik hoop opgewekt te hebben tot de vraag:

--Wanneer die Engelsche waarheid zoo eenvoudig voor de hand ligt,
vanwaar dan dat ze, alsof 't een diepzinnig spreekwoord was, kracht
van _tekst_ heeft gekregen? Er moet daarin toch iets meer liggen dan
in sommige andere spreekwyzen--"_mooi weer vandaag_" "_twee maal twee
is vier_" _de Nederlander is braaf_, enz. enz.--die we gewoon zyn in
't Hollandsch te zeggen. Beproef gyzelf eens, aan een lauw, dor,
banaal hoofdartikel schyn van gewicht te geven ...

--Zonder klinkers?

--Neen, zonder _scie_, zonder stoplap van dien aard.

--Ge erkent dus dat het Engelsch trompetterswicht 'n _scie_ is.

--Ten-naaste-by. Ik erken dat het zich wat te burgerlyk voordoet om
pretentie te gronden op vreemdigheid van afkomst. Maar vanwaar dan de
ophef? Er moet toch 'n oorzaak zyn waarom zoo'n ... _praatje_ fortuin
maakte. Men zou toch niet wanen of beproeven 't publiek te imponeeren
met elke andere banaliteit in vreemde taal uitgedrukt?

--Spreek toch niet te stout over wat men niet beproeven zou. Ik heb
waarlyk wel wanhopiger pogingen zien gelukken, om nog gewonen wysheid,
nog onbeduidender wawelpraat, als een onder SIS-tempels opgegraven
mysterie binnen-te-smokkelen in de gemoederen van lezers en hoorders.
Bron van oneindige kracht, uw naam is kwakzalverij!

Wie by de verheffing eener persoon tot eenig ambt, z'n tevredenheid
daarover zou te kennen geven door't aantoonen van de oorzaken die
zoodanige benoeming wettigen, heeft minder kans z'n overtuiging over
te gieten in de gemoederen der lezers, dan iemand die z'n oordeel
onder bescherming stelt van zoo'n als eerwaardig geykten term. En ...
de methode is gemakkelyker. Even als in de wiskunde met formules, wint
men een meestal lastige en daarom eens-vooral als geldig aangenomen
redeneering uit. Maar--_niet_ als in de wiskunde--voelt men soms
behoefte aan formules--zegge: _frazen_--om, onder valsch voorgeven van
overbodigheid, de aandacht van 'n _onjuiste_ redeneering afteleiden.

Op de vraag: "is die benoeming goed, nuttig, oorbaar, rechtvaardig?"
stelle men zich niet tevreden met 'n Engelschen deun, en zelfs niet
met 'n Hollandschen. De hoorder of lezer heeft recht op _aantooning
der gronden_ waarop de tevredenheid met zulke aanstelling berust. De
verzekering: "A, B, C, is de rechte man op de rechte plaats" is geen
_betoog_. Het is 'n uitspraak die--om _iets_ waard te zyn--betoog
_noodig heeft_.

Dat nu de velen die klank voor zin nemen, uit traagheid met zulke
klanken tevreden zyn, heldert nog geenszins op, waarom juist het hier
behandeld Engelsch gezegde zooveel onverdiend fortuin maakte. Er moet
nog 'n andere oorzaak wezen, die 't arme trompetterskind verhief tot
'n druk bereden stokpaard van krantenschryvers, en tot motto van dit
opstel. Een ongewone eer, waarlyk! Want inderdaad, het is na den val
der Fransche journalistiek--ieder zal toch nu wel erkennen, dat het
ongelukkig Frankrijk aan _frazen_ bezweken is!--'t is na de schipbreuk
der couranten-wysheid zoo gemakkelyk niet 'n redakteur bytestaan in
het _telle-quelle_ vertoonbaar maken van 'n hoofdartikel! De "deun"
die thans nog altyd, na 't bloedig _mene tekel_ aan de wanden der
redaktie-bureaux, moed, lust en kracht levert tot het voorzetten van
de ongezonde feestmalen waarop "Publiek" genoodigd wordt door de
Belsasars van de pers, moet machtige beschermers hebben ...
verdedigers van 't nobel gehalte dier Padangsche vriendin.

En ... de eer der plaatsing boven 'n stuk van my! Van my, die 't zelfs
versmaden zou my op GOeTHE te beroepen ter illustreering van de
waarheid dat twee meer is dan een, al zy 't dan dat die bekwame
_faiseur_ in z'n meer geprezen dan gelezen werken ontelbare zinsneden
levert, waarin waarheden van dergelyk gehalte triumfantelyk worden
verkondigd. Van my die m'n weerbarstig gemoed niet kan buigen tot 'n
eerbiedig: "hoe koud vandaag ... gelyk de groote dichtervorst zoo wel
gezegd heeft" of: "kiespyn is onaangenaam ... om de kernachtige
uitdrukking van een onzer meest onsterfelyke redenaars te bezigen."
Waarlyk er behoort iets toe, om--als _right motto on the right
place_--boven 'n stuk van MULTATULI te staan ...

Daar begin ik waarachtig zelf te trompetten!

Het kind dat ik uitkleeden en begraven wilde, heeft zich van my
meester gemaakt.

Er moet iets achter steken. Die kracht ...

Ik zal 't u zeggen. Om nu over andere oorzaken van meer
ondergeschikten aard niet te spreken: 't onnoozel wicht heeft z'n
taaie levensvatbaarheid te danken aan ons wanbegrip over
SPECIALITEITEN.

Ook dat trompetterskind--van Hollandschen oorsprong ditmaal, of
nagenoeg--behoort uitgekleed en ten grave geleid te worden. Als we
daarin slagen, zullen we later wat minder last hebben van z'n
schreeuwerig kameraadje.

* * * * *

Het is 'n onbetwistbare waarheid dat SOKRATES eenmaal den jongen
ALCIBIADES 'n duchtig lesje heeft gegeven over z'n onbescheidenheid.

Onbetwistbare waarheden zyn de zoodanigen, die eens ergens als 'n los
vertellinkje geboekt werden, en later--liefst in 't Grieksch of
Latyn--'n deun geworden zijn, waarbij men _classiquement_ heel
fatsoenlyk zweren mag.

--Ik geloof er niets van ... zegt nu-en-dan de waarheidzoeker.

Maar hy vergist zich. Want:

't Is het kind van 'n Griekschen trompetter, roept de hartelijke
vriend van buitenlandsche waarheid.

En we buigen 't hoofd voor die deftige afkomst.

't Is dus wel degelyk waar, dat ALCIBIADES door SOKRATES
allerjammerlykst werd doodgeslagen met 'n bar: "m'n beste jongen, je
ziet wel dat _jy_ niet de rechte man op de rechte plaats zoudt zyn
voor die betrekking."

Ik heb nu, om SOKRATES te binden aan de ekonomie van m'n prachtig
motto--dat wel wat mank gaat aan tautologie[1]--den man iets
gebrekkiger doen preken, dan naar we hopen z'n gewoonte was. De vraag
is niet of SOKRATES zich beter uitdrukte dan onze hoofdartikelschryvers.
De vraag is, wat er ontbrak aan de specialiteit van ALCIBIADES, om hem
zoo'n Engelsche behandeling op den hals te halen!

De goeie jongen wou magistraat zijn, en SOKRATES--misschien opgestookt
door de Jezuiten, maar PLUTARCHUS verzwygt dit voorzichtig--SOKRATES
wilde hem nog wat op-school houden, 't Was nog zoo heel lang niet
geleden, dat de kwajongen de straat van Athene met z'n lichaam
plaveide. En dan dat schandaal met dien hond!

Ik trek geen party voor ALCIBIADES. Maar ... ik protesteer tegen de
wijze waarop de ander hem z'n onbevoegdheid, zyn gebrek aan
_specialiteit_, voor de voeten wierp.

--Jy magistraat ... Jy? Komaan, zeg my eens, hoe hoog is het budjet
van den Staat?

Daar stond onze pretmaker. Hy had getold, gesold, gedold, gerold,
geknikkerd, geknibbeld en gebikkeld, buren geplaagd, nachtwachts dol
gemaakt ...

En ook by SOKRATES kollegie gehouden, dat is waar. Maar ... wat helpt
dit, als men na dit alles nog niet weet hoe groot de inkomsten van den
Staat zyn?

Gebrek aan _specialiteit_!

Ik vraag u, o SOKRATES, indien uw leerling eens, tusschen al z'n
guitenstukken in, de Atheensche begrooting had vanbuiten geleerd--'t
is niet zoo heel gewaagd, hiervan de mogelykheid te veronderstellen
--zoudt ge hem dan uw stem hebben gegeven? Zou dat 'n reden hebben
opgeleverd, om z'n _specialiteit_ aantenemen als behoorlyk gestaafd?

Och, SOKRATES antwoordt niet. Het is onaangenaam spreken met menschen
die dood zijn. Maar by-gebreke aan zyn antwoord, vraag ik den lezer,
of liever--om niet andermaal vergeefs te vragen--myzelf:

_Wat zyn specialiteiten_?

_Waar behooren ze_?

_Waar behooren ze niet_?

En ik--in weerwil der bemoeienis van "welwillende vrienden" nog steeds
niet geheel-en-al dood--zal antwoorden zoo goed ik kan.




II.


Wie 't goede wil, en daarom 't kwade bestrydt, vergist zich
vaak--zooals andere geneesheeren--in de keuze der middelen. Ik vrees
dat het vorig hoofdstuk niet goed geschreven is. Sommigen zullen 't
geestig vinden, en by dezulken heb ik m'n doel gemist, wyl dan de
aandacht werd afgeleid van de bestreden kwaal, om die overtebrengen op
de eigenaardigheid van den geneesheer. Niet daartoe meldt zich 'n arts
by den zieke. En wie m'n betoog _niet_ geestig vindt, heeft nog meer
reden om de strekking daarvan te versmaden. Waartoe ik my dan ook by
dezulken vriendelyk aanbeveel.

Indien ik my inderdaad vergist heb in de medikatie ... men vergeve het
my. Evenzeer als m'n vriend AUGUSTE, de advokaat-likdoornsnyder, ben
ik 'n voorstander van _emollients_. Maar na zoo dikwyls m'n krachten
vruchteloos beproefd te hebben aan 't uitroeien der frazenziekte, was
ik eindelyk wel genoodzaakt m'n geluk te beproeven met _cauteres_ van
spot. Ik verzeker den lezer, dat ik bedroefd ben over de hardnekkigheid
van de kwaal. Ingemoede tracht ik met gezond verstand te dienen. De
Rede is m'n godin.

Waar ik haar zie miskennen, bloedt my het hart.

Niets natuurlyker alzoo, dan dat ik alles haat wat tot die miskenning
aanleiding geeft, of daartoe meewerkt.

Onder de bondgenooten van redelooze Ongodsdienstigheid vinden we
steeds in de voorste gelederen: _fraze, spreekwoord, zegswys, manier
van spreken, dicton, citaat, zaag_ en _deun_ ... altemaal adjudanten
van den leugen-duivel, misbruik van het Woord--van den _Logos_--zonden
tegen den H. Geest der Waarheid, Godslastering.

Het eerste woord waarmee de eerste misdadiger den eersten doodslag
trachtte te vergoelyken, was ... 'n _praatje_.

--Ben ik myns broeders hoeder? vroeg KAIN.

--Neen (had het zonderling spook kunnen antwoorden, dat in _sommige
gedeelten_ van den bybel--_volstrekt niet overal!_--voor "God" wordt
uitgegeven) neen, maar die ambteloosheid gaf je geen recht dien
broeder doodteslaan.

of:

--Niet daarover loopt onze kwestie. De bedoeling van m'n vraag is, of
je hem doodsloeg, en met welk recht?

KAIN gebruikte die zegswyze--hy zal er wel bygevoegd hebben: _gelyk de
groote dichter zich uitdrukt_, of: _om 'n oudecht-vaderlandsch
spreekwoord te bezigen_ ... dat kleedt 'n fraze!--hy sprak zoo, uit
verlegenheid.

Juist. Wie broeders doodstaat, en met Waarheid overhoop ligt, voelt
zich verlegen. En 'n _fraze_ is daarvan de korollaire uiting. Waar we
dus frazen ontmoeten, ligt ergens een vermoorde broeder in 't
kreupelhout.

En daarom zal men my vergeven dat ik naar helschen steen gryp om
"praatjes" uittebranden. "God" deed het ook in die _cause selebre_. Hy
maakte korte metten met den praatjesmakenden moordenaar, en smeet hem
zonder veel vorm van proces 't paradys uit. _Bien juge_!

* * * * *

Toen ik zoo-even de uitdrukking: _huurfraze_ ontdekte, was ik zoo
vergenoegd dat ik al m'n vrienden 'n driedaagsche champagneparty
gegeven heb. Nog niet geheel bekomen van den roes dien ik me by zulke
gelegenheden tot 'n gewoonte heb gemaakt, hoop ik in dit hoofdstuk
alle geestigheid te vermyden, en de vraag: _wat zyn specialiteiten_?
zoo burgerlyk-ordinair te behandelen, dat daaruit by geen mogelykheid
'n nieuwe champagneparty zal kunnen voortkomen. Dit vooruitzicht is my
te aangenamer omdat ik eigenlyk geen wyn lust, en vooral niet het
extrakt van rottekruid dat velen zich opdringen--alsof 't 'n
zaagcitaat ware!--zoo byzonder lekker te vinden.

M'n vreugde over 't woord _huurfraze_ vindt haar grond in de hoop dat
dit woord zelf tot _fraze_ zal verheven worden, en dat nog na veel
eeuwen deze of gene woordenkramer zal worden doodgeslagen met 'n
verpletterend: "je redeneering rydt op huurknollen ... gelyk de groote
MULTATULI zoo wel gezegd heeft." _Similia similibus_!

Van m'n onsterfelykheid ben ik zeker. Ik heb te veel gezegd dat tot
_zaag_ kan omgeknoeid worden, om niet heel stevig in leven te blyven
na m'n dood. Ik schaam my als ik bedenk hoevelen er gereed staan de
skeletten van m'n arme statiepaarden, averechts opgetuigd voor hun
huurkarretjes te spannen. Iets eerlyker dan PYTHAGORAS waarschuwde ik
reeds voorlang tegen 't vervloekte _autosephae_ ... ook 'n _fraze_!


Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13