A » B » C » D » E
F » G » H » I » J
K » L » M » N » O
P » R » S » T
U » V » W » Z

- Links

Thrilling Holiday Gift Book: A Controversial, True Story - One Man Caught in U.S. Government Psychic Spy Experiments
SACRAMENTO, Calif. -- The ideal Christmas gift for those intrigued by governmental conspiracy, OPERATION BLUE LIGHT: My Secret Life Among Psychic Spies (Cherubim Publishing, ISBN 978-0-9816024-0-0), is one of the most scintillating memoirs ever to be written. A true story of deception and subterfuge, it took Philip Chabot 40 years to tell us about his amazing experience.

New Children's Book from Jeremy Zilber Lets Kids Know 'Mama Voted for Obama!'
MADISON, Wis. -- Building on the success of 'Why Mommy is a Democrat,' author and political activist Jeremy Zilber announces the release of his third self-published children's book, 'Mama Voted for Obama!' (ISBN: 978-0-9786688-2-2). With its Seuss-like use of repetition, rhythm, and rhyme, Mama Voted for Obama offers a whimsical celebration of Obama's historic presidential campaign while providing his supporters an entertaining way to let their kids know how they voted in 2008.

Epic Fantasy Book Series Website Honored in 2008 National Best Books Awards
LANCASTER, Texas -- The Green Stone of Healing(R) epic fantasy website is among the finalists of the 2008 National Best Books Awards sponsored by USABookNews, HealingStone Books announced today. The award-winning website is honored in the Best Website Design category. The site provides much-needed background for a complex saga packed with romance, intrigue, mysticism, and adventure.

Het portret van Dorian Gray - Oscar Wilde

O >> Oscar Wilde >> Het portret van Dorian Gray

Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15

HET PORTRET VAN DORIAN GRAY


door OSCAR WILDE



Vertaald door MEVROUW LOUIS COUPERUS


1919




I.


Het atelier was vol rijken geur van rozen, en zoodra de lichte zomerwind
in de boomen van den tuin trilde, kwam er door de opene deur een zware
adem van seringen, eene fijnere aroom van den roze-bloeienden meidoorn
binnen.

Uit den hoek van een Perzischen divan, waarop hij naar gewoonte
ontelbare cigaretten lag te rooken, kon Lord Henry Wotton juist den
glans zien der honig-zoete en honigkleurige bloesems van gouden
regens; de trillende takken schenen nauwlijks dien last van vlammend
mooi te kunnen dragen. Fantastische schaduwen van vogels in vlucht
schoten over de lange tussore-zijden gordijnen, die voor het groote
raam hingen; zij deden er iets van een Japansch effect; zij
herinnerden aan de anemieke schilders van Tokio, die, trots eene zoo
noodzakelijke onbewegelijke kunst als de hunne, idee van snelheid en
beweging trachteden te beelden. Het doffe gegons der bijen, die
schuurden door het hooge ongemaaide gras of, met eentonig geduld,
cirkelden om de stoffig gouden horens van den strengelenden kamperfoelie,
scheen de stilte nog zwaarder te maken. Het vage gebruis van Londen was
als de bastoon van een ver orgel.

In het midden van de kamer, geklampt op een ezel, stond, ten voeten
uit, het portret van een jongen man van bizondere schoonheid; op
eenigen afstand zat de schilder zelve; Basil Hallward, wiens
plotselinge verdwijning eenige jaren geleden zoo eene algemeene
nieuwsgierigheid verwekte en aanleiding gaf tot menig vreemd vermoeden
...

Nu de schilder naar de gracieuze gedaante keek, die hij zoo knap in
zijne kunst had weerspiegeld, kwam er een lach van genot over zijn
gelaat; lang bleef die daar glanzen.

Maar plotseling hief hij zich op, en, de oogen dicht, drukte hij met
de vingers op dier leden, als zocht hij een vreemden droom, waaruit
hij ontwaking vreesde, in zijn brein vast te houden.

--Het is je mooiste werk, Basil. Het beste wat je ooit gedaan hebt,
zei Lord Henry slapjes. Je moet dat het volgende jaar bepaald naar den
Grosvenor zenden. De Academy is te groot en te algemeen. Wanneer ik
daar ook kwam, waren er of zooveel menschen, dat ik de schilderijen
niet zien kon,--en dat was vervelend,--of zooveel schilderijen, dat
ik de menschen niet kon zien, en dat was nog vervelender. Heusch, de
Grosvenor is de eenige plaats.

--Ik denk niet, dat ik dit ergens naar toe zal zenden, antwoordde
Basil, terwijl hij zijn hoofd met dat vreemde gebaar achterover wierp,
waarom zijne vrienden in Oxford gewoon waren hem uit te lachen. Neen,
ik zend het nergens naar toe.

Lord Henry trok zijne wenkbrauwen op en keek hem verbaasd aan door de
dunne blauwe kransjes van rook, die grilligjes van zijn opiumcigarette
opkrulden.

--Nergens naar toe? Beste jongen, waarom? Heb je daar een reden voor?
Wat zijn jullie schilders toch malle kerels. Je doet alles ter wereld
om naam te maken; zoodra je naam hebt, verlang je niets liever dan hem
te verliezen. Het is mal van je, want er is maar een ding in de wereld
slechter dan bepraat te worden; dat is: niet bepraat te worden. Zoo
een portret zou je stellen boven alle jonge schilders in Engeland en
het zou de oude jaloersch maken, als oude menschen nog zoo een emotie
konden ondervinden.

--Ik weet, dat je het dwaas van me zal vinden, antwoordde Basil; maar,
waarlijk, ik kan het niet expozeeren; ik heb er te veel van mij in
gelegd.

Lord Henry strekte zich op den divan uit en lachte.

--Ja ik wist wel, dat je zou lachen, maar het is toch zoo ...

--Te veel van jou! Waarlijk Basil, ik wist niet, dat je zoo ijdel was,
en ik kan heusch geen gelijkenis zien tusschen jou, met je ruw
gezicht, vol rimpels, en je zwart haar, en dezen Adonis, die er uit
ziet of hij uit ivoor en rozeblaren gemaakt is. Beste Basil! hij is
een jonge god! en jij--nu je ziet er intelligent uit en zoo al meer,
maar schoonheid, heusche schoonheid eindigt waar een intelligente
expressie begint. Intellect is in zichzelve een soort van overdrijving
en verstoort de harmonie van elk gezicht; zoodra iemand gaat zitten om
te denken, wordt hij een en al neus of voorhoofd of iets ander
leelijks. Kijk naar alle mannen, die beroemd zijn in geleerdheid; hoe
verschrikkelijk leelijk zijn ze; natuurlijk niet in de kerk, maar in
de kerk denken ze niet. Een bisschop zegt, als hij tachtig is, nog
precies wat hij moest zeggen toen hij achttien was en, als een
natuurlijk gevolg, ziet hij er altijd even stralend uit. Jouw
geheimzinnige jonge vriend, dien je mij nog nooit genoemd hebt, maar
wiens portret me bepaald betoovert, denkt nooit; daar ben ik zeker
van. Hij is een mooie jongen zonder hersens, die hier altijd in den
winter moest zijn, als we weinig bloemen hebben om naar te kijken, of
in den zomer, als we ons verstand wat willen afkoelen. Vlei jezelven
maar niet; Basil, je lijkt niet het minst op hem!

--Je begrijpt me niet, Harry, antwoordde de schilder. Natuurlijk lijk
ik niet op hem, ik weet dat heel goed; en ik zou niet gaarne op hem
willen lijken. Je gelooft me niet? Ik zeg je de waarheid. Er rust een
noodlot op alle fyzieke en intellectueele distinctie, het zelfde
noodlot, dat op vorsten schijnt te rusten. Men moet niet verschillen
van zijn evenmenschen. Leelijken en dommen zijn het best af in de
wereld. Zij zitten op hun gemak en kijken naar de pret. Weten zij
niets van succes, zij kennen ook geen teleurstelling. Zij leven zooals
wij allen moesten leven, ongestoord en onverschillig en zonder onrust.
Zij brengen nooit ellende over anderen en krijgen die ook nooit van
anderen. Jij, door je rang en rijkdom, Harry; ik, door mijn hersens en
kunst, wat die dan ook waard zijn; Dorian Gray, door zijn mooi
gezicht, we moeten allen lijden door wat de goden ons geven,
verschrikkelijk lijden.

--Dorian Gray? Heet hij zoo? vroeg Lord Henry.

--Ja, zoo heet hij. Ik was niet van plan het je te vertellen.

--Waarom niet?

--O, ik weet het niet. Als ik veel van iemand hou, zeg ik nooit zijn
naam. Het is of ik dan iets van hem weggeef. Ik heb me aangewend van
mysterie te houden. Het schijnt het eenige wat het moderne leven
interessant of bizonder maakt. Het gewoonste wordt mooi als je het
maar verbergt. Als ik uit de stad ga, geef ik nooit mijn adres op;
als ik dat deed, zou ik nooit pleizier hebben. Het is zeker een gekke
gewoonte, maar het geeft iets romantisch' aan je leven. Ik geloof, dat
je me erg dwaas vindt.

--O neen, antwoordde Lord Henry, volstrekt niet, waarde Basil. Je
schijnt te vergeten, dat ik getrouwd ben, en de eenige bekoring van
het huwelijk is, dat het een leven van voor-den-gek-houden noodig
maakt voor beide partijen. Ik weet nooit waar mijn vrouw is, en mijn
vrouw weet nooit wat ik doe. Als we elkaar ontmoeten--we ontmoeten
elkaar nu en dan op een diner of bij den Hertog--dan vertellen we
elkaar de onzinnigste histories met de ernstigste gezichten. Mijn
vrouw kan dat heel goed, bepaald veel beter dan ik; zij vergist zich
nooit in haar datums, en ik altijd; maar als zij dat ontdekt, maakt
zij er nooit een scene van; soms wou ik wel dat ze dit deed, maar ze
lacht me alleen uit.

--Ik hou er niet van zooals je over je huwelijksleven praat, zei Basil
Hallward, en hij ging naar de tuindeur. Ik geloof, dat je heusch een
goed man bent, maar dat je je bar schaamt over je eigen deugden. Je
bent een bizondere kerel: je zegt nooit iets goeds en je doet nooit
iets kwaads. Je scepticisme is maar een poze.

--Natuurlijk te zijn is ook een poze, en de vervelendste, die ik ken,
lachte Lord Henry.

Zij gingen den tuin in en lieten zich behagelijk op een rieten bank
neer, in de schaduw van een hoogen laurierboom. Het zonlicht slipte
over de gepolijste bladeren. In het gras trilden witte madelieven.
Na eene pooze haalde Lord Henry zijn horloge uit.

--Ik denk, dat ik gaan moet, Basil, zei hij zacht, en voor ik wegga,
wou ik nu wel, dat je mij antwoordde op de vraag, die ik je zoo even
deed.

--Wat dan? vroeg de schilder, turende naar den grond.

--Dat weet je heel goed.

--Neen, werkelijk niet, Harry.

--Nu, dan zal ik ze nog eens herhalen. Ik wou dat je nu zei, waarom je
het portret van Dorian Gray niet wilt expozeeren. Ik wil de werkelijke
reden weten.

--Die heb ik je al gezegd.

--Neen, dat heb je niet. Je zei: omdat er te veel van jou in was. Nu,
dat is kinderachtig.

--Harry, zeide Basil Hallward, hem recht in de oogen ziende; een
portret, dat met gevoel is geschilderd, is een beeld van den artist,
niet van hem, die er voor gezeten heeft. Het model is louter toeval en
bij-omstandigheid. Dat wordt hier geopenbaard door den schilder, maar
de schilder openbaart zichzelven op het doek. De reden, dat ik dit
portret niet wil ten toon stellen is: dat ik bang ben het geheim van
mijn eigen ziel er in te toonen.

Lord Henry lachte.

--En wat is dat geheim?

--Ik zal het je zeggen, zei Hallward, maar iets van verlegenheid gleed
over zijn gelaat.

--Ik ben een en al verwachting, Basil!

--Och, het is in een paar woorden gezegd, Harry, en ik denk, dat je
het niet eens begrijpen zal. Misschien, geloof je het ook niet.

Lord Henry glimlachte, en, zich buigende, plukte hij een roodbladig
madeliefje uit het gras, en keek er naar.

--Ik ben overtuigd, dat ik het begrijpen zal, sprak hij, en hij bleef
aandachtig het goud-en wit-stralige zonnetje in zijne hand bezien; en
wat gelooven aangaat, ik kan alles gelooven, als het maar heel
ongelooflijk is.

De wind schudde wat bloesems van de boomen af, en de zware
seringentakken, vol trossen van sterretjes wiegelden heen en weer in
de zwoele lucht. Een sprinkhaan tjirpte bij den muur, en als een
blauwe draad vloog eene lange, dunne libel voorbij op bruinig gazen
vleugels. Lord Henry meende Basil Hallwards hart te hooren kloppen;
hij was nieuwsgierig wat er komen zou.

--Het is eenvoudig dit, zei de schilder na een oogenblik. Twee maanden
geleden ging ik naar een receptie bij Lady Brandon. Je weet, wij arme
artisten moeten ons van tijd tot tijd in gezelschap vertoonen om het
publiek te herinneren, dat wij geen wilden zijn. Met een rok en een
witte das, heb jij eens gezegd, kan iedereen, zelfs een aannemer, zich
de reputatie maken een man van de wereld te zijn.

Nu, toen ik tien minuten binnen was, en gepraat had met dikke,
opgekleede douairieres en vervelende Academisten voelde ik in eens,
dat iemand naar mij keek. Ik draaide mij half om en zag Dorian Gray,
voor de eerste maal. Toen onze oogen elkaar ontmoetten, voelde ik, dat
ik bleek werd. Een curieus gevoel van angst kwam over me. Ik wist, dat
ik stond tegenover iemand, wiens persoonlijkheid alleen al zoo een
charme was, dat, als ik mij niet tegen ze verzette, mijn geheele
natuur, mijn ziel, mijn kunst zelfs zich in ze zou oplossen. Ik wilde
geen invloed van buiten op mijn leven. Je weet, Harry, hoe
onafhankelijk ik van natuur ben. Ik ben altijd mijn eigen baas
geweest; ten minste: tot ik Dorian Gray ontmoette. Toen--maar ik weet
niet hoe het je uit te leggen. Iets zei mij, dat ik stond op de grens
van een geweldige crizis in mijn leven. Ik had een vreemd voorgevoel,
dat het Noodlot bizondere genietingen en bizonder verdriet voor mij
klaar hield. Ik werd bang en wou de kamer uitgaan. Het was niet mijn
geweten, dat mij hiertoe dwong, het was een soort lafheid. Het was een
onwillekeurige aandrang om te vluchten.

--Geweten en lafheid is heusch precies het zelfde, Basil. Geweten is
maar de naam, die de firma in den handel aanneemt. Dat is het eenige
verschil.

--Daar geloof ik niets van, Harry, en jij ook niet. In ieder geval,
wat er mij ook toe dwong--misschien een soort trots, want ik was
vroeger heel trotsch--dit is zeker: ik probeerde de deur uit te gaan.
Maar ik bonsde natuurlijk juist tegen Lady Brandon aan:

--U is toch niet van plan nu al weg te gaan, Mr. Hallward? riep zij.

--Je kent haar schelle stem.

--Ja, ze is in alles een pauw, behalve in schoonheid, zei Lord Henry,
terwijl hij het madeliefje met zijne lange, zenuwachtige vingers aan
stukken trok.

--Ik kon niet van haar afkomen. Zij prezenteerde me aan koninklijke
personen, en be-Starde en be-Kousenbande menschen en oude dames met
reusachtige tiara's en kakatoe-neuzen. Ze sprak over me als over een
intiemen vriend. Ik had haar maar eens ontmoet, maar ze had het er op
gezet me te lanceeren. Ik geloof, dat er toen juist een schilderij van
mij nog al succes had gehad; er was tenminste over geschreven in
couranten van een penny; je weet, het negentiend'eeuwsche boek van
onsterfelijkheid. Op eens kwam ik vlak bij den jongen. Wij stonden
naast elkaar en raakten elkaar bijna aan. Wij keken elkaar in de
oogen. Het was roekeloos van me, maar ik vroeg Lady Brandon mij aan
hem voor te stellen; misschien was het toch niet gewaagd, het was
eenvoudig onvermijdelijk; wij zouden met elkaar gesproken hebben, ook
zonder presentatie, ben ik zeker van. Dorian vertelde mij dat later;
voelde ook, dat wij voorbestemd waren elkaar te kennen.

--En hoe beschreef Lady Brandon dat jonge wonder-mensch? Ik weet, dat
zij gaarne van al haar gasten een vlug doopceel licht. Ik herinner me,
dat ze me bracht naar een woesten, ouden meneer met een rood gezicht
en heelemaal behangen met plaques en lintjes en siste toen, met een
tragisch gefluister, dat volmaakt hoorbaar voor de geheele zaal moet
geweest zijn, de verwonderlijkste details in het oor. Ik ging er van
door: ik hou er van zelve mijn menschen uit te vinden, maar Lady
Brandon behandelt haar gasten als een afslager zijn waren behandelt.
Zij pluist ze of heelemaal uit, of vertelt alles van ze, behalve dat
wat men juist van ze zou willen weten.

--Arme Lady Brandon. Je bent hard voor haar, Harry, zei Hallward
lusteloos.

--Mijn beste jongen, ze probeert een salon te houden en houdt alleen
een restauratie: hoe kan ik haar bewonderen? Maar zeg nu, wat zei ze
van Mr. Dorian Gray?

--O, zoo iets van: lieve jongen; zijn arme beste moeder en ik waren
onafscheidelijk; ik ben heelemaal vergeten wat hij uitvoert; ik ben
bang, dat hij niets doet. O ja, hij speelt piano, of is het viool,
beste Mr. Gray? Wij moesten allebei lachen, en werden dadelijk
vrienden.

--Lachen is volstrekt geen kwaad begin voor vriendschap en het is
zeker het beste einde er voor, zei de jonge lord, terwijl hij een
andere madelief plukte, Hallward schudde het hoofd.

--Je weet niet wat vriendschap is, Harry, of wat vijandschap is. Je
houdt van iedereen, ik meen je houdt van niemand.

--Wat ben je verschrikkelijk onrechtvaardig, zei Lord Henry. Hij zette
zijn hoed achterover en keek naar de wolkjes, die als uiteengerafelde
strengen glanzend witte zijde dreven door het gewelfde turkoois van de
zomerlucht.--Ja, verschrikkelijk onrechtvaardig. Ik maak een groot
verschil tusschen menschen: ik kies mijn vrienden voor hun mooie
gezichten, mijn kennissen voor hun goede karakters en mijn vijanden
voor hun goede hersenen. Men kan niet te moeielijk zijn in de keuze
van zijn vijanden. Ik heb er geen een, die dom is; zij zijn allen
mannen van ontwikkeling en bijgevolg apprecieeren ze me allemaal.
Is dat heel ijdel van me? Ik geloof wel, dat het dat nog al is ...

--Dat geloof ik ook Harry, maar, naar je verdeeling, schijn ik dus
maar een kennis te zijn.

--Mijn beste oude jongen, je bent veel meer dan een kennis.

--En minder dan een vriend; een soort broer, denk ik.

--O broers, ik geef niets om broers; mijn oudste broer wil niet dood
gaan, en mijn jongere broers doen niet anders.

--Harry! riep Hallward met een frons uit.

--Mijn beste jongen, ik spreek niet heelemaal in ernst, maar ik kan
het niet helpen, dat ik een hekel heb aan mijn familie. Ik denk, dat
het komt omdat we niemand uit kunnen staan, die onze zelfde fouten
heeft. Ik voel volkomen sympathie voor de woede van de Engelsche
demokraten tegen wat ze de ondeugden van de hoogere klassen noemen.
Het volk voelt, dat dronkenschap, stomheid en onzedelijkheid hun eigen
privaat bezit behooren te zijn en dat, als iemand van ons zich
vergooit, hij zich op hun terrein waagt. Toen die arme Southwark voor
het Hof van Echtscheiding kwam, waren zij prachtig verontwaardigd, en
toch geloof ik, dat geen tien percent van het proletariaat netjes
leeft.

--Ik ben het in geen woord met je eens, Harry, en buitendien jijzelf
ook niet.

Lord Henry streek over zijn bruine puntbaardje en tikte aan de punt
van zijn verlakte laars met zijn ebbenhouten stokje met kwasten.

--Wat ben je door en door Engelsch, Basil! Het is de tweede maal, dat
je die opmerking maakt. Als je een idee meedeelt aan een goed
Engelschman, en dat is al een onvoorzichtig ding!--dan komt het niet
bij hem op te overwegen of het idee goed of kwaad is. Het eenige,
waaraan hij hecht, is, of je het zelf gelooft. Nu, de waarde van een
idee heeft niets ter wereld te maken met de oprechtheid van hem, die
het verkondigt. Hoe minder hij het meent, des te meer kans heb je, dat
de opinie van eenige waarde is, want in dat geval hebben noch zijn
behoeften, noch zijn wenschen of vooroordeelen er eenigen invloed op
gehad. Daarbij, ik heb in het geheel geen plan politiek, sociologie of
metafyzica met jou te bepraten. Ik hou meer van menschen dan van
principes, en ik hou het meest van alles van menschen zonder principes.
Vertel nog het een en ander van Mr. Dorian Gray. Zie je hem dikwijls?

--Iederen dag. Ik zou niet gelukkig kunnen zijn, als ik hem niet
iederen dag zag. Hij is mij een behoefte geworden.

--Hoe vreemd! Ik dacht, dat jij nooit om iets anders dan om je kunst
zou geven.

--Hij is nu geheel mijn kunst voor mij, zei de schilder met ernst. Ik
denk wel eens, Harry, dat er maar twee oogenblikken zijn van eenig
gewicht voor de wereldgeschiedenis. Ten eerste: de geboorte van een
nieuwe kunstmanier; ten tweede: de geboorte van een nieuwe
persoonlijkheid voor de kunst. Wat de uitvinding van schilderen in
olieverf was voor de Venetianen, was het gelaat van Antinous voor
latere Grieksche beeldhouwkunst, en zal het gezicht van Dorian Gray
ook eens voor mij zijn. Het is niet alleen, dat ik naar hem schilder,
teeken of schets. Natuurlijk heb ik dat alles gedaan. Maar hij is mij
meer dan een model. Ik zeg niet, dat ik ontevreden ben met wat ik van
hem gemaakt heb, of dat zijn mooi niet door kunst kan worden
uitgedrukt. Er is niets, dat kunst niet kan teruggeven, en ik weet,
dat mijn werk, sinds ik Dorian Gray ontmoette, knap is, het beste, dat
ik ooit doen zal. Maar ik ben benieuwd of je me begrijpen zal? Zijn
persoonlijkheid heeft mij een geheel nieuwe manier ingegeven. Ik zie
de dingen anders, ik denk anders over die dingen. Ik kan nu het leven
herscheppen op een manier, die mij vroeger verborgen was. Een droom
van lijnen in dagen van gedachten, wie heeft dat ook weer gezegd? Ik
weet niet meer, maar dat is het wat Dorian Gray voor mij is. Niets dan
het uiterlijke bijzijn van dien jongen--want voor mij is hij nog een
jongen, hoewel hij toch over de twintig is--niets dan zijn uiterlijke
bijzijn--oh! begrijp je wat dat in zich heeft? Zonder te weten, opent
hij mij een nieuwe school, een school, waarin heel de passie van den
romantieken geest, en heel de volmaaktheid van den Griekschen geest
is. Harmonie van ziel en lichaam--hoeveel is dat niet! Wij, in onze
dwaasheid hebben ze van elkaar gescheiden en hebben een realisme
uitgevonden, dat vulgair en een idealisme, dat hol is.--Harry, als je
weten kon wat Dorian Gray voor mij is! Herinner je je dat landschap
van me, waar Agnew zooveel voor bood, maar waar ik niet van wou
scheiden? Het is een van mijn beste werken. En waarom? Omdat, terwijl
ik het schilderde, Dorian Gray naast mij zat. Een subtiele invloed
ging van hem over op mij, en, voor het eerst in mijn leven, zag ik in
het eenvoudige boomlandschap dat, wat ik altijd zocht, en altijd
miste.

--Basil, dat alles is bepaald interessant. Ik moet dien Dorian Gray
eens zien.

Hallward stond op, liep den tuin op en neer. Na een korte poos kwam
hij terug.

--Harry, zeide hij. Dorian Gray is niets dan een motief in mijn kunst.
Jij zou niets in hem zien. Ik zie alles in hem. Hij is nooit meer in
mijn werk, dan wanneer zijn wezen niet om mij is. Hij is, zooals ik
zei, een suggestie van iets nieuws. Ik vind hem terug in de rondingen
van zekere lijnen, in de lieflijkheid en fijnheid van zekere kleuren.
Dat is alles.

--Maar waarom wil je dan zijn portret niet expozeeren? vroeg Lord
Henry.

--Omdat, zonder het te willen, ik er iets in heb gelegd van deze
curieuze artistieke idolatrie, waar ik natuurlijk met hem nooit over
gesproken heb. Hij weet daar niets van. Hij zal er ook nooit iets van
weten. Maar de wereld mocht het eens raden, en ik wil mijn ziel niet
bloot geven aan hun domme nieuwsgierige oogen. Mijn hart zal nooit
onder hun microscoop komen. Daar is te veel van mijzelven in dat doek,
Harry,--te veel van mijzelven!

--Dichters zijn niet zoo teergevoelig als jij. Zij weten best hun
passies te gebruiken om naam te maken. Een gebroken hart geeft
tegenwoordig telkens nieuwe uitgaven.

--Ik haat ze daarom! riep Hallward uit. Een artist moet mooie dingen
scheppen, maar er niets van zijn eigen leven in leggen. We leven in
een eeuw waarin kunst als een soort autobiografie beschouwd wordt. Wij
hebben het abstracte idee van schoonheid verloren. Eens zal ik de
wereld toonen wat dat is, en daarom zal de wereld ook nooit mijn
portret van Dorian Gray zien.

--Ik geloof, dat je ongelijk hebt, Basil, maar ik wil niet met je
kibbelen. Intellectueel verloren is iedereen, die redeneert. Zeg eens,
is Dorian Gray erg op jou gesteld?

De schilder dacht even na.

--Hij houdt van me, zei hij toen; ik weet, dat hij van mij houdt.
Natuurlijk vlei ik hem vreeselijk. Ik vind er een vreemd genoegen in
hem dingen te zeggen, waarvan ik later spijt heb. Over het algemeen,
is hij heel aardig tegen me, en kunnen we heel gezellig over allerlei
dingen zitten praten in mijn atelier. Maar nu en dan is hij erg
onnadenkend en schijnt hij er pleizier in te hebben mij pijn te doen.
En Harry, dan voel ik, dat ik mijn heele ziel gegeven heb aan iemand,
die ze beschouwt als een bloem, om in zijn knoopsgat te steken.

--Misschien zal het jou nog eerder gaan vervelen dan hem, Basil,
murmelde Lord Henry. Het is treurig, maar genie duurt ongetwijfeld
altijd langer dan schoonheid; daarom jagen we allemaal zoo naar
overbeschaving. In onzen strijd voor het bestaan zoeken we naar iets,
dat stand houdt, en daarom vullen we onze hersens op met nonsens en
met feiten, in de dwaze hoop dan te zullen blijven staan. Een man, die
van alles op de hoogte is, dat is het moderne ideaal. En de hersens
van zoo een man zijn een vreeselijke chaos; het is er net als in een
galanteriewinkel; niets dan stoffige prullen, geprijsd boven de
eigenlijke waarde ... O ja, hij zal jou het eerste gaan vervelen. Op
een goeden dag zal je je vriend aanzien en hem niet goed van lijn of
leelijk van kleur vinden, of iets dergelijks. Je zal het hem in je
binnenste erg verwijten, en heusch vinden, dat hij je slecht behandeld
heeft. Den volgenden keer, dat hij bij je komt, ben je koud en
onverschillig. Het zal jammer zijn, want het zal jou ook heelemaal
veranderen. Wat je mij vertelde is een roman; je zou kunnen zeggen:
een roman van kunst en het nadeel van elken roman is, dat het jezelven
zoo geheel en al onromantisch achterlaat.

--Harry, spreek zoo niet. Zoolang ik leef zal de persoon van Dorian
Gray mij domineeren. Jij kan niet voelen, wat ik voel. Je bent te
veranderlijk.

--Wel, mijn beste Basil, daarom juist kan ik dat voelen. Die getrouw
zijn, kennen alleen den trivialen kant van de liefde, de ontrouwen
alleen kennen de liefdedrama's.

En Lord Henry streek een lucifer af op zijn kleine zilveren doos, en
begon eene cigarette te rooken met een zelfbewust en zeer tevreden
gezicht, als had hij de wereld in een woord samengevat. Er was een
geritsel van trirpende spreeuwen in de groen verlakte bladeren van den
klimop, en blauwe wolkschimmen schaduwden elkaar na over het gras, als
zwaluwen. Hoe heerlijk was het in den tuin ... En wat waren de emoties
van anderen toch aangenaam! veel aangenamer dan hunne gedachten, vond
Lord Henry. Je eigen ziel, en de passies van je vrienden--dat waren de
bekoringen van het leven. Hij stelde zich met een stil genot de
vervelende lunch voor, die hij was misgeloopen door zoo lang bij Basil
Hallward gebleven te zijn. Was hij naar zijne tante gegaan, hij zou
daar zeker Lord Goodbody hebben ontmoet, en het geheele gesprek zou
geloopen hebben over armen eten geven en over de noodzakelijkheid van
modelslaapplaatsen. Iedereen zou geredeneerd hebben over de
belangrijkheid van deugden, die in zijn leven niet waren. De rijke zou
uitgevaren over de spilzucht, de luiaard welbespraakt geworden zijn
over het goede van arbeidzaamheid. Het was zalig dat alles misgeloopen
te hebben. Terwijl hij aan zijne tante dacht, schemerde iets door hem
heen. Hij wendde zich tot Hallward en zei:

--Mijn beste kerel, ik herinner me daar juist iets.

--Wat dan, Harry?

--Waar ik den naam van Dorian Gray hoorde.

--Waar was dat? vroeg Hallward met een lichten frons.

--Kijk toch zoo boos niet, Basil. Het was bij mijn tante Lady Agatha.
Ze zei me, dat ze een voorbeeldig jongmensch gevonden had, die haar in
East End zou helpen, en dat hij Dorian Gray heette. Ik moet bekennen,
dat ze me nooit gezegd heeft hoe hij er uitzag. Vrouwen kunnen daar
trouwens niet over oordeelen, tenminste, brave vrouwen niet. Ze zei,
dat hij zeer ernstig was, en een prachtig karakter had. Ik stelde me
dadelijk voor; een wezen met een bril op, sluik haar, veel sproeten en
ontzettend groote voeten. Ik wou, dat ik geweten had, dat hij een
vriend van jou was.


Pages:
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15